Relatief onbekend: Parco Naturale Regionale Della Lessinia

DSC00532-1

Wie in Italie gaat fietsen denkt bijna automatisch aan de Dolomieten, de Stelvio en aan Toscane. Maar in heel Italie liggen, mede dankzij de Appenijnen, prachtige stukken fietsvertier op je te wachten. Want in Lombardije kun je mooi omhoog, bijvoorbeeld bij het Comomeer. Of wat dacht je van Piemonte? Of van Emilia Romagna, wat we allemaal hebben kunnen zien tijdens het WK Wielrennen 2020. En ga zo maar door. Wij waren op vakantie net ten oosten van Verona, waar het Lessinia park ligt (of volledig: Parco Naturale Regionale Della Lessinia). Een onbekende parel wat ons betreft.

Foto: Cycling Destination/Sander Kolsloot

Klimmen in de schaduw

Het nationale park ligt in de regio Veneto, ongeveer 30km ten noorden van Verona. Het park is qua hoogte te vergelijken met de Vogezen. De hoogste top, Rifugio San Giorgio, waar wij ook naar boven zijn gereden, ligt op 1494m. Precies goed wat ons betreft, want zo blijf je, zeker in de hete zomers onder de boomgrens. In dit geval betekent dat ook dat je relatief veel in de schaduw kunt fietsen. Absoluut pluspunt.

Vroeg vertrekken

Omdat het zomers toch heel heet kan worden (in het dal tot 36 graden) vertrekken we ‘ochtends vroeg vanuit Soave, ons basecamp. De weg gaat eigenlijk gelijk omhoog, zei het geleidelijk. Het eerste deel van de rit biedt al direct schitterende uitzichten want je rijdt omringd door allerlei wijngaarden. Niet heel raar, want dit gebied staat bekend om z’n goede witte, maar ook rode wijnen. 

Net na het eerste dorpje Tramigna heb je de eerste mini uitdaging. Een klimmetje van ongeveer een kilometer, met drie haarspeldbochten en een uitschieter naar 12%. En dat binnen 10km van het begin. Na dit venijnige klimmetje loopt de weg een tijdje geleidelijk om hoog met percentages van 2-4%. Prima om erin te komen. 

Je hebt bij Badia Calavena, na 23km vervolgens de optie om linksaf te slaan over de SP36. Dat is een mooie route met een aantal haarspeldbochten, een kilometer pijn lijden boven de 10% en mooie vergezichten over het park. Wij kozen ervoor om nog een stuk richting noorden te rijden en bij het dorpje Bernardi linksaf te slaan. Een supergoede keus.  

Tussenklimmetje, kronkelen naar de volgende afslag

Dit stuk is heel erg rustig. Het is ook vrij smal maar het ligt helemaal in de schaduw door de overhangende bomen. Je ziet daardoor wel iets minder van de omgeving, maar het is zeker het eerste stuk zeer goed wegdek. Het is een soort ‘tussenklim’ waarbij je ook nog eens op een paar mooie haarspeldbochten getrakteerd wordt. Let wel op, in tegenstelling tot de eerdere afslag, pak je hier percentages tot boven de 15% mee. Goed verzet steken dus!

Let goed op, want de laatste kilometer zijn ze vergeten om het wegdek goed te asfalteren. Er liggen soms ineens kuilen in de weg waar je lelijk kan vallen. We raden dan ook niet aan om deze route als afdaling te nemen. Bovenop deze tussenklim draai je rechtsaf richting het uiteindelijke doel: Rifugi di San Giorgio.

Schitterend landschap

Na het dorpje bovenaan de klim lijkt het landschap zich ineens ‘te openen’ voor je. Wijdse panoramische uitzichten over alpenweides met daarachter bergtoppen. De andere kant op kun je ver naar het dal kijken. Werkelijk waar schitterend. Het wegdek is hier fantastisch. Het lijkt erop dat de plaatselijke Rijkswaterstaat hier net vers asfalt heeft gelegd want het is een biljartlaken. 

Enige nadeel aan deze klim: je rijdt over de hoofdweg. Er is ook niet echt een alternatief en op een drukke weekenddag is dat wel een nadeel. Ga dus vroeg (zoals wij) of ga door de week. Mijdt de nationale feestdag Ferragosto! Dan zit heel Italië in de berm te barbecuen of op de alm zelf. 

Op de weg naar het gehucht Rifugio di San Giorgio kom je meerdere uitspanningen tegen waar je even kunt stoppen voor een verfrissende cola. De mooiste is echter bij de Localita Conca dei papari, ongeveer 5km onder de top. Je kunt allerlei kanten uitkijken, er is een ruime parkeerplaats en zeker ten opzichte van de top is dit een winnaar. Ook wel fijn want de laatste paar honderd meter ernaartoe zijn steil tot supersteil!

Laatste loodjes

Naar de rifugio is het uiteindelijk nog een beetje uitrijden. Het glooit, slingert en slechts de laatste kilometer doet een beetje pijn. Wat meer pijn doet is de aanblik van het oerlelijke skidorp op de top. Dit is vergane glorie in het kwadraat. Architectonisch lelijk, slecht onderhouden en sfeerloos. Bordje aantikken en rap doorrijden!

Passo Branchetto

De eigenlijke top ligt net iets verder van het dorpje, maar daarna duik je een mooie overzichtelijke afdaling in, via Branchetto. Het is hier klaarbijkelijk minder druk, maar je rijdt ook hier op de hoofdader. Oppassen dus voor idiote Italianen die je graag voor een blinde bocht nog inhalen.

Na een lekkere afdaling door verschillende dorpjes, waar je kunt stoppen voor lunch of een echte Italiaanse ‘Gelato’, sla je weer linksaf en pak je nog een mooi stukje van het Lessinia park mee. De strade provinciale 15 is vrij goed geasfalteerd en je moet nog wel even 7km omhoog. Je kunt er natuurlijk voor kiezen om alleen nog maar af te dalen, maar dan maak je een enorme hoek en rijd je het laatste stuk langs de snelweg. Ain’t so funny.

Meer klimmen

De SP 15 biedt mooie haarspeldbochten en klimt uiteindelijk in 6,5km zo’n 380m. Dat is 5,7% gemiddeld. Fijne klim dus! De uitzichten over de vallei en het park zijn ook weer uitstekend. Op de top is het vervolgens nog een lekker lang stuk afdalen. 

Je gaat hier wel grotendeels door dorpjes en langs de provinciale weg. Maar onthoud goed, als je de afdaling over de SP 16 volgt heb je aan beide kanten een vallei waar je op uitkijkt! Dat is wel echt heel tof!

Net voor de afslag linksaf richting Tregnago heb je het beste uitzicht. Stoppen voor de foto! Vanaf Tregnago is het uitrollen richting Soave, weer tussen de wijngaarden door. Aan het eind van deze mooie rit ploffen we met mooie herinneringen en goede verhalen op het terras. Die lokale Soave hebben we nu wel verdiend.

Soave en het kasteel

Het stadje Soave moet in de middeleeuwen al van strategisch belang zijn geweest. Er ligt namelijk een dikke, middeleeuwse stadsmuur omheen, die goed in tact is gebleven. Van een flinke afstand zie je dit pittoreske villagio al liggen, mede door het prachtige kasteel dat boven de stad uitsteekt. Het kasteel is te bezoeken. Je kunt vanuit het stadje langs de muur omhoog lopen. Steil en zeker in de zomer echt wel aan de warme kant. Beter is om met de auto naar de ingang te rijden.

Absoluut de moeite waard om na jouw ritje door het Lessini park even te stoppen voor een kop koffie (bij Il Bugi) lunch of om een van de heerlijke lokale wijnen te proeven. Er zijn meerdere ‘Cantini’ waar je de wijn bijna direct van de maker kunt drinken. Cantina del Castello is heel bekend.