Jouw eerste fietsvakantie: 5 tips

Voor alles is een eerste keer. Je hebt alle rondjes in Nederland uitgespeeld en je bent inmiddels 15 keer de Cauberg en de Keutenberg op gereden. Nu moet het echte werk komen. De bergen roepen en daar wil je naartoe. Maar wat moet je doen om je goed voor te bereiden? Want even een spoiler, fietsen in de bergen, dan wel op een racefiets, e-bike, gravelfiets of mtb, is daadwerkelijk anders. Wij geven je een aantal tips waardoor jij er helemaal klaar voor bent.

1. Kleding

Regenkleding en laagjes is de code die je moet kraken. Zeker in het hooggebergte, boven 2000 meter, moet je er rekening mee houden dat het op de top een stuk frisser is dan in het dal. Daarnaast is het weer in de bergen onvoorspelbaar, dus terwijl het erop lijkt dat je snoeihard zal verbranden, kan achter de volgende bergkam een onweersbui hangen of soms zelfs sneeuw! En dat is echt geen sinecure. Als je gaat inpakken denk dan dus aan de volgende items:

  • Mouw- en beenstukken. Die zijn makkelijk aan en uit te doen je kunt ze ook makkelijk even wegsteken onder je shirt.
  • Regenjasje of -vest. Niet alleen tegen de regen, maar ook bijvoorbeeld in de afdaling van een hoge beklimming, is een jasje fijn. Je kunt er ook voor kiezen om een wind- en waterdicht vest mee te nemen. Dat ademt wat beter en zorgt ervoor dat je ook warmte makkelijker kwijt kan.
  • Thermoshirts in lang en kort. Need we say more?
  • Optioneel: overschoenen. Als het kneiterhard regent, dan zal geen enkele overschoen je echt droog houden, maar bij alles er tussen in kunnen overschoenen goed van pas komen.

2. Materiaal

Allereerst is het belangrijk dat je van te voren je fiets goed checkt of laat checken. Uiteraard kan dat bij jouw fietsenmaker (maak op tijd een afspraak, lees: twee weken van te voren), maar je kunt ook zelf een aantal checks uitvoeren

  • Ketting. Niets is vervelender dan fietsen met een versleten ketting. Je kunt doortrappen en het rijdt gewoon niet lekker. Met een simpele kettingchecker weet je of jouw chain aan vervanging toe is. Dikke tip: meestal is je cassette ook wel flink versleten. Check dat ook gelijk even, want anders trap je door.
  • Bergverzet. Wij zijn zelf meerdere malen de mist ingegaan en kwamen met een 36 voor en een 28 achter aan in de Dolomieten. Als de weg boven de 10% komt, dan ben je echt niet gelukkig. Dan is het een lange lijdensweg en gaat jouw gedroomde trip in rook op.
  • Zorg voor voldoende binnen- en ook buitenbandjes. De kans dat je in de bergen een fietsenmaker met voorraad tegenkomt op een zondag, dat is altijd een uitdaging. Neem ook altijd genoeg CO2 patronen en een pomp mee.
  • Zorg dat je stuurlintje en de stuurdoppen goed zitten en check ook of je balhoofd niet los zit. Daarnaast is het checken van de remblokken en -schijven een must. Neem zeker bij velgremmen een extra setje blokjes mee. Je weet nooit hoe hard je ineens in de remmen gaat, als de weg continu 10% naar beneden gaat.

3. Klim- en daaltechniek

Heb jij altijd alleen maar in Nederland op-en-af gefietst? Dan kan het zeker geen kwaad om een keer een klimclinic en een bochten/daalclinic te volgen. Waarom? De bergen zijn echt andere koek. Je moet bergop er rekening mee houden dat je zomaar meer dan een uur bezig kan zijn met klimmen. Zeker met de beklimmingen van de verschillende Alpenreuzen en Pyreneeencols, is het voor de gemiddelde amateur zomaar 1,5 tot 2 uur klimmen. Want je rijdt bergop niet zomaar 20 aan het uur en met beklimmingen die wel 30 of 40 kilometer kunnen zijn, is het niet niks. Klimmen is een vak apart. Wanneer schakel je op/af, draai je op de koffiemolen of ben je meer een stoemper. Is het logisch om even uit het zadel te gaan of gewoon lekker in het zadel te blijven duwen. Die dingen leer je niet op de Amerongse Berg.

Ook bij het dalen. Als je hard een bocht kunt rijden, good for you. Maar als je met 80 kilometer op een haarspeldbocht aankomt, dat is net even andere koek. Je hebt verkeer, je hebt een afgrond, meer van die dingen. Een goede bochtentechniek komt dan van pas. Uiteraard is dat ook een kwestie van durf, maar techniek is net zo belangrijk. Tip van ons: remmen doe je voor de bocht, met beide remmen. In de bocht remmen is jezelf gegarandeerd lanceren.

4. Pace yourself

Je ziet de profs zo omhoog knallen, alsof het niks is. Ook als zij op trainingskamp gaan, dan is het van kiet af aan lange ritten en gaan. Het grote verschil met jou, de enthousiaste amateur, is training en gewenning. Profs fietsen elke dag, het hele jaar door. Natuurlijk hebben zij ook aanpassingsproblemen, maar over het algemeen kunnen zij gemakkelijk gelijk gaan, zonder veel reserves. Dat geldt dus niet voor jou, als enthousiasteling. Het is beter om zeker de eerste dag even te wennen. Als je een eigen fiets mee hebt, zet die dan in elkaar en rijd een rondje van een uur. Zeker als je op grote hoogte bent (1500m plus) dan is het echt even wennen aan de ijlere lucht. Maar ook als je op wat lagere hoogte zoals in Mallorca bent, is een rondje ‘inrijden’ geen overbodige luxe.

Ga jij een week lang op trainingskamp, maar fiets je normaal ongeveer 2 a 3 keer in de week? Dan ga je niet heel blij worden van 6 dagen achter elkaar rammen. Dus doe het enigzins rustig aan en plan in een week ook een rustdag. Ook etappes van 5-6 uur op een dag, alle dagen lang, ga je wat minder fijn verduren. dus: pace yourself.

Dat geldt ook voor de effort die je levert. Ga je meerdere klimmetjes rijden, rijd dan niet gelijk in het rood op de eerste beklimming. Dat gaat je anders later opbreken.

5. Voeding

Eten, eten en nog eens eten. Niets is belangrijker als je gaat fietsen. Houd er rekening mee dat je zeker bergop voldoende brandstof in de tank blijft stoppen. Zoals eerder al aangehaald: het kan zijn dat je meer dan een uur bergop aan het rijden bent. Als je dan niet blijft eten, dan ga je daar enorm spijt van krijgen. Klimmen is bijna automatisch op een hogere hartslag dan rijden op het vlakke. De man met de hamer, het bekende fenomeen dat je helemaal leeg bent, ligt op de loer en als je niet genoeg eet, dan kun je die zelfs in de afdaling nog tegenkomen. Daarom: blijf genoeg koolhydraten tot je nemen. Zorg dat je in het begin van de dag vooral vast voedsel eet. De gelletjes, als je daar van bent, moet je echt tot het einde bewaren.

Zorg ook dat je op vakantie niet ineens heel rare dingen gaat eten, die je anders niet eet. Voor je het weet slaat je maag op hol en zit je dichterbij de pot dan bij de top. Het is maar een tip.

Bonustip: ENJOY

Zolang je er niet voor betaald wordt, is plezier het allerbelangrijkste op jouw vakantie. Plezier kan natuurlijk komen uit het behalen van een KOM of door jouw reisgenoot of reisgenoten te kloppen in de sprint bergop. Maar zorg vooral dat je het naar je zin hebt. En bovenal: blijf veilig. In de afdaling is er genoeg verkeer dat je in de weg kan zitten en ook de stuurmanskunsten van jezelf en andere weggebruikers kunnen tot problemen leiden.