Part of Switzerland
Valais (in het Duits Wallis) is het kanton van de superlatieven. Van de 82 Alpentoppen boven de 4.000 meter liggen er 45 hier. Het Rhônedal snijdt er als een diepe voor dwars doorheen, van de Rhônegletsjer bij de Furkapas tot het Meer van Genève. Vanuit dat dal klimmen aan beide kanten tientallen wegen omhoog: naar bergpassen, naar dorpen tussen de wijngaarden en vooral naar stuwdammen. Wij komen er sinds 2020 elk jaar terug, en elk jaar vinden we weer een nieuwe klim die ons verrast.
Waarom fietsen in Valais?
- Klimmen zonder drukte. Veel wegen in de zijdalen lopen dood bij een stuwmeer of een alp. Daardoor is er weinig doorgaand verkeer en rijd je vaak alleen omhoog.
- Zon. Valais is een van de droogste en zonnigste streken van Zwitserland. In het dal wordt het in de zomer gerust 30 graden, boven de 2.000 meter is het fris.
- Goede bewegwijzering. Oud-prof Steve Morabito zorgde ervoor dat veel klimmen bordjes hebben met de lengte en de steilheid van de volgende kilometer. Soms pijnlijk om te lezen, altijd handig.
- Alles is met de trein bereikbaar. Van Brig tot Martigny rijdt de trein door het dal, en naar veel dorpen gaat een bus of een kabelbaan waar je fiets mee kan.
Valais Tourisme bundelt het aanbod in de Valais Vélo Tour: tien etappes door het hele kanton, twintig ‘legendarische cols’ (waarvan zeven boven de 2.000 meter) en de Trophée des Barrages, met acht stuwdammen die je op de fiets kunt bereiken, op hoogtes tussen 1.483 en 2.364 meter.
De stuwdammen
Als er één ding is dat Valais uniek maakt, dan zijn het de barrages. Een klim naar een stuwdam heeft iets bijzonders: je rijdt letterlijk naar een muur toe, en boven wacht een helderblauw meer tussen de bergen. Dit zijn de dammen die wij hebben gereden:
- Barrage d’Emosson. Voor ons de mooiste van allemaal. Vanuit Le Châtelard klim je volgens Valais Tourisme 10,9 kilometer en 902 hoogtemeters naar de Col de la Gueulaz, bij de dam. Boven kijk je recht op de Mont Blanc. In 2016 finishte hier een etappe van de Tour de France. Wil je nog hoger, dan loopt een smal weggetje door naar het Lac du Vieux Emosson, met een laatste anderhalve kilometer aan 15 procent. Lees ons verhaal over Emosson.
- Barrage de la Grande Dixence (Lac des Dix). Een doodlopende klim van zo’n 25 kilometer vanuit de buurt van Sion, via Vex en Hérémence. Het venijn zit in de staart: de laatste vier kilometer zijn haarspeldbochten met uitschieters tot 15 procent. De dam zelf is 285 meter hoog, de hoogste zwaartekrachtdam ter wereld. Lees het verhaal.
- Barrage de Moiry. Vanuit Sierre door het Val d’Anniviers, via Vissoie en Grimentz naar 2.250 meter. De laatste zeven kilometer vanaf Grimentz lopen richting acht à negen procent gemiddeld. Lees het verhaal.
- Lac de Tseuzier. De ‘kennismakingsklim’ boven Ayent: een kleine 13 kilometer, smal, onregelmatig en met tunneltjes vlak voor de top. De dam is een van de langste van Zwitserland.
- Mauvoisin. Net voorbij Verbier klim je in 15 kilometer zo’n 1.100 meter naar de dam, met uitzicht op de Grand Combin (4.314 meter).
Dents du Midi en het Chablais
In het westen van Valais, tussen Monthey en de Franse grens, liggen de gekartelde Dents du Midi. Hier woont Steve Morabito, en dat merk je. Onze ronde vanuit Val d’Illiez begon met de Pas de Morgins naar de Franse grens: volgens Valais Tourisme 19,8 kilometer en 990 hoogtemeters vanuit Monthey, over asfalt dat de Tour de France in 2022 nog vers had gekregen. Daarna volgde de brute klim naar Les Giettes via Vérossaz, met drie kilometer in de dubbele cijfers en uitzicht op het Meer van Genève. Een streek met koeienbellen, steile boerenweggetjes en weinig toeristen. Lees ons verhaal over de Dents du Midi.
Martigny: Forclaz, Emosson en de Grand-Saint-Bernard
Martigny, in de knik van het Rhônedal, had in 2020 het WK wielrennen moeten organiseren. Het parcours ligt er nog steeds: de Col de la Petite Forclaz (ruim vier kilometer aan bijna tien procent) direct boven de stad, de Col de la Forclaz richting Frankrijk en de klim naar Emosson. Richting het zuiden begint de Col du Grand-Saint-Bernard, met 40,9 kilometer en 1.968 hoogtemeters vanuit Martigny de langste klim van Zwitserland. Pas de laatste zeven kilometer na de tunnel wordt het echt steil, en boven wacht het historische hospice op de grens met Italië. Lees ons verhaal over de Grand-Saint-Bernard.
Sion en Crans-Montana: Sanetsch en de middenmoot
Rond Sion liggen de klimmen die wij het vaakst hebben gereden. De Col du Sanetsch is voor ons de mooiste klim van Zwitserland: 25,1 kilometer met 1.733 hoogtemeters, van de wijngaarden tot boven de boomgrens op 2.247 meter, met een onverlichte tunnel op 2.000 meter (lampje mee!). Boven kun je met de kabelbaan naar Gsteig bij Gstaad en een ronde terug maken via Aigle. Ook Thyon 2000, het Lac de Derborence en de klim naar Anzère liggen hier. Crans-Montana, op het zonneterras boven Sierre, is de ideale uitvalsbasis voor dit deel: zie onze pagina over Crans-Montana.
Brig en het Oberwallis: Moosalp, Furka en Grimsel
In het Duitstalige oosten, rond Brig en Visp, liggen de grote passen. Vanuit Brig reden we de klim naar de Moosalp via Turtmann: volgens Valais Tourisme 24,3 kilometer en 1.509 hoogtemeters, in twee steile stukken met een adempauze bij Unterbach. Boven op 2.048 meter serveert het bergrestaurant een traditionele raclette, en tegenover je liggen de Dom en de andere 4.000’ers van de Mischabel. De afdaling is smal, met een postbus die weinig ruimte laat: rustig aan. Lees ons verhaal over de Moosalp.
Verder naar het oosten, in het Goms, liggen de Furkapas met het beroemde Hotel Belvédère, de Grimselpas en de Nufenenpas. Vanaf Oberwald rijd je de Furka over 10,2 kilometer aan gemiddeld 6,3 procent, in een arena van haarspeldbochten. Lees ons verhaal over de Furkapas.
Ook voor gravel en mountainbike
Valais is net zo goed een off-road bestemming. Verbier heeft een van de beste bikeparks van de Alpen en zo’n 180 kilometer aan endurotrails. In Crans-Montana werden in 2025 de cross-country-wedstrijden van het WK mountainbike verreden, en met de Valais Epic Gravel is er een meerdaagse gravelroute door de zijdalen. Lees ons verhaal over Verbier.
When are you leaving?
Juni en september zijn ideaal. De hoge passen gaan meestal in juni open; in juli en augustus is het in het dal heet en kan het boven onweren.
Het seizoen voor de hoge klimmen loopt van half juni tot eind september. Veel passen boven de 2.000 meter gaan pas in juni open; kijk vooraf op alpen-paesse.ch of ze vrij zijn. In het Rhônedal kun je al vanaf april fietsen. Houd in de zomer rekening met hitte in het dal (wij reden er bij 36 graden) en met onweer op de toppen in de middag. Start dus vroeg.
How do you get there?
- Car: vanuit het midden van Nederland is het zo’n 900 tot 950 kilometer, via Basel en Bern of via Genève. Reken inclusief pauzes op elf tot twaalf uur. Vergeet het Zwitserse vignet niet.
- Trein: met de ICE naar Basel en dan via Bern door naar Visp, Sierre of Sion. Een fiets meenemen in Zwitserse treinen kan, maar reserveer een plek.
- Vliegtuig: vlieg naar Genève; de trein rijdt in één keer door naar Martigny, Sion en Sierre.
This is how we calculate: We calculate distances and travel times starting from Utrecht. Our flights always depart from Schiphol, Rotterdam The Hague Airport or Eindhoven Airport. Want to know how to travel from your place of residence the best way? Let us know, We are happy to help you. After all, we built this site together.
Uit onze verhalen
- Col du Sanetsch: best kept secret in Valais
- Fietsen in Valais: Anzère
- The most beautiful climbs in the Swiss Alps and where you set up your base camp
- 5x mooie dead-end klimmetjes in Zwitserland
Gebieden






