Onderdeel van Frankrijk
De Mont Ventoux is de reus van de Provence. Met zijn top op 1.912 meter steekt hij ver uit boven de wijngaarden en lavendelvelden van Zuid-Frankrijk, en je ziet hem van tientallen kilometers ver liggen: een kale, witte kop met de toren van het weerstation erop. Drie wegen leiden naar boven, alle drie zwaar, en elk met een eigen karakter. Voor veel wielrenners is het de berg waar het ooit begon. Voor iedereen is het een berg die je een keer bedwongen moet hebben.
Waarom de Mont Ventoux?
- Tourlegende. De Tour de France finishte hier vaak, en de verhalen zijn talrijk: van Tom Simpson in 1967 tot de ploeterende Chris Froome in 2016.
- Drie gezichten. Bédoin, Malaucène en Sault zijn drie heel verschillende klimmen. Wie alle drie op één dag rijdt, wordt lid van de Cinglés du Mont Ventoux.
- Het maanlandschap. Boven de boomgrens rijd je over kale kalksteen, met de zwart-gele palen langs de weg en de toren in zicht. Nergens voelt een top zo onwerkelijk.
- De Provence eromheen. Rustige wegen door wijngaarden, dorpjes op heuvels, markten en rosé op het terras na de rit.
De drie klimmen
De cijfers hieronder komen van rides.bike.
Bédoin: de klassieker
21,5 kilometer met 1.612 hoogtemeters, gemiddeld 7,5 procent. Dit is de kant van de Tour en de kant die de meeste mensen bedoelen als ze ‘de Ventoux’ zeggen. In Bédoin staat een streep op straat waar het segment begint. De eerste 5,5 kilometer door de wijngaarden zijn te doen, maar begin niet te snel: in Saint-Estève draait de weg linksaf het bos in en lijkt er een nieuwe klim te beginnen. Kilometers lang gaat het dan aan 9 tot 10 procent, met weinig bochten, zodat je ver vooruit kijkt. Bij Chalet Reynard kom je uit het bos en begint het maanlandschap. Op 1,4 kilometer voor de top staat het monument voor Tom Simpson. Lees de Classic Ride van de Mountain High Chasers.
Malaucène: de kenner
21,2 kilometer met 1.535 hoogtemeters, gemiddeld 7,2 procent. De noordkant begint direct fel, met kilometers aan 10 tot 12 procent, en is stiller dan Bédoin. Voor Jeffrey Wiese, die de berg vier keer op één dag beklom, is dit de favoriete kant. De afdaling naar Malaucène is ook de mooiste manier om een ronde te maken: vanaf Malaucène rijd je zo terug naar Bédoin.
Sault: de genieter
25,9 kilometer met 1.220 hoogtemeters, gemiddeld 4,7 procent. De langste en makkelijkste kant, door de lavendelvelden van het plateau van Sault, op zijn mooist in juni en juli als de lavendel bloeit. Het gaat zelden steiler dan 7 procent, tot je bij Chalet Reynard de Bédoin-route op draait voor de laatste zes kilometer door het maanlandschap. Een mooie eerste kennismaking: Jeffrey reed zijn eerste Ventoux als 17-jarige vanuit Sault.
De Cinglés du Mont Ventoux
Sinds 1988 bestaat de club van de Cinglés, de ‘gekken’ van de Ventoux. Lid word je door alle drie de kanten op één dag te beklimmen, samen zo’n 137 kilometer met 4.400 hoogtemeters, en dat te bewijzen met stempels op een stempelkaart. Die stempels haal je bij cafés in de drie dorpen. Jeffrey deed er nog een schepje bovenop en reed er ook de onverharde klim vanuit Bédoin bij, met bijna 14 kilometer gravel en losse keien. Lees zijn verhaal over 4 keer de Ventoux.
Rondom de Ventoux
Maak van je trip meer dan één klim. Aan de westkant liggen de grillige kalkrotsen van de Dentelles de Montmirail, met rustige weggetjes tussen de wijndorpen Gigondas en Beaumes-de-Venise. Vanuit Sault duik je de Gorges de la Nesque in, een kloofweg met tunnels en uitzichtpunten. En Vaison-la-Romaine, met zijn Romeinse ruïnes en markt op dinsdag, is een fijne plek om te slapen of te lunchen.
Waar moet je op letten?
- Wind. De naam zegt het al: de Mistral kan op de top met meer dan 90 kilometer per uur waaien. Check vooraf de windverwachting voor de top en stel je rit uit bij harde wind.
- Temperatuur. Een verschil van 20 graden tussen dal en top is normaal. Neem altijd een windjack of regenjack mee, ook in juli. De Mountain High Chasers vertrokken bij 23 graden en zagen boven nog sneeuw liggen.
- Eten en drinken. Chalet Reynard, bij de boomgrens, is de enige betrouwbare plek op de berg voor water en eten. Vul je bidons in het dorp.
- Wegafsluiting. Het bovenste deel van de weg is in de winter dicht, ongeveer van half november tot half april.
Wanneer ga je?
Juni, september en oktober zijn ideaal. In juli en augustus is het heet en druk: start dan heel vroeg. De top is ongeveer van half november tot half april dicht.
Juni, september en oktober zijn ideaal: de weg is open, de temperatuur is goed en het is minder druk. Mei en begin november kunnen ook, maar dan kan het boven fris zijn. In juli en augustus is het in het dal heet en is het druk op de berg; start dan heel vroeg. In de winter is de top dicht.
Overnachten
Het populairste startpunt is Bédoin, met Hotel La Garance als bekend fietshotel: afgesloten stalling, een werkplaatsje en een vroeg ontbijt. In Malaucène is Hotel Le Ventoux een eenvoudige, fietsvriendelijke optie, ver van de drukte van Bédoin. Zoek je meer luxe, dan is Château Talaud bij Carpentras een Provençaals kasteelhotel met zwembad, en voor groepen is Domaine les Grands Devers bij Vaison-la-Romaine te huur. Carpentras, op 15 kilometer van Bédoin, heeft de meeste hotels en restaurants.
Hoe kom je er?
- Auto: vanuit Utrecht is het zo’n 1.000 kilometer naar Bédoin, via Luxemburg en Lyon. Reken op tien tot elf uur rijden. Een auto is handig: de drie startdorpen zijn klein en het openbaar vervoer is beperkt.
- Vliegtuig: vlieg naar Marseille (ongeveer anderhalf uur rijden) en huur daar een auto.
- Trein: met de TGV via Parijs naar Avignon, en dan met een huurauto verder.
Zo rekenen wij: afstanden en reistijden rekenen we vanaf Utrecht. Vluchten gaan bij ons altijd vanaf Schiphol, Rotterdam The Hague Airport of Eindhoven Airport. Wil je weten hoe je vanaf jouw woonplaats het beste reist? Laat het ons weten, we helpen je graag. We bouwen deze site tenslotte samen.


