Alpe d’Huez staat op de lijst van iedere wielrenner. Maar de vraag is eigenlijk niet óf je die 21 bochten een keer doet, maar waar je gaat slapen als je er meer uit wilt halen dan één klim en een selfie bij bocht 7. Het antwoord zit in de regio die onder die bochten ligt: Oisans. En als je de officiële fietsgids van Oisans Tourisme doorneemt, snap je snel waarom.
Oisans draagt het label Territoire Vélo, toegekend door de Franse federatie voor wielertoerisme. Dat klinkt als marketing, maar in de praktijk betekent het: 20 uitgewerkte fietsroutes, gelabelde accommodaties, fietsvriendelijke shuttles, gratis oplaadpunten en reparatiegereedschap bij de toeristenkantoren. Dit is een regio die zich volledig op de fietser heeft ingericht.
Le Bourg-d’Oisans – het logische startpunt
Le Bourg-d’Oisans ligt op 720m hoogte in de vlakte van de Romanche, precies op het kruispunt van meerdere valleien. De klassieke klim naar Alpe d’Huez begint letterlijk aan de rand van het dorp. Maar vanuit diezelfde plek rol je ook richting de Col du Galibier, de Croix de Fer, Les 2 Alpes en de doodlopende weg naar La Bérarde in het hart van de Écrins.

Dat maakt Le Bourg-d’Oisans als uitvalsbasis zo sterk: je hoeft de auto niet aan te raken. Elke ochtend kies je een richting, en elke richting biedt iets anders.
Heerlijk fietsen
De legendarische klim naar Alpe d’Huez is uiteraard de eerste die je doet. 13,8km aan 7,9% gemiddeld, 1.266 hoogtemeters, genummerde bochten. Het record van Marco Pantani (37’35”) staat nog altijd. Maar Oisans biedt daarna meer.
Wil je dezelfde berg op een totaal andere manier ervaren? Dan neem je de “wilde” variant via de Col de Sarenne. Die route (52km, 1.705hm) voert je eerst door de vallei van de Ferrand, waar je meer schapen dan auto’s tegenkomt, en brengt je via de achterkant naar Alpe d’Huez. Heel andere sfeer, heel andere benen.
Col de Sarenne, Alpe d’Huez, Frankrijk
• Afstand: 2.9 km, Hoogteverschil: 255 m, Gemiddelde helling: 8.7 %
Voor de grote dag is er de Col de la Croix de Fer en de Col du Glandon: 80km, 2.086 hoogtemeters, en een klim die je door de vallei van de Eau d’Olle tot op de grens van de Savoie brengt. Aangekomen bij het meer van Grand’Maison maakt het rotsachtige dal plaats voor open alpenweiden. Bovenaan is er zicht op de Aiguilles d’Arves.

En dan is er nog de route naar La Bérarde (66km, 1.250hm), een doodlopende weg die eindigt bij de voet van de Barre des Écrins op 4.102m. Twee stevige stukken van 11% onderweg, maar de rest klimt geleidelijk langs het turquoise water van de Vénéon. De focus van deze klim ligt niet op records, maar op de natuurlijke omgeving.
Balkon routes en verborgen pareltjes
Wat Oisans onderscheidt van andere fietsbestemmingen in de Alpen zijn de zogeheten balkonwegen. Routes die uit de rotswand zijn gehakt, hoog boven de vallei, met zicht op alles onder je. De Balcons de l’Oisans (93km, 3.266hm) rijgt er een hele serie aaneen: Auris-en-Oisans, Mont-de-Lans, Mizoën, Col de Sarenne, Villard-Reculas. Wie van luchtroutes en panorama’s houdt, zet deze bovenaan de lijst.
Ook de kleinere routes verdienen aandacht. De klim naar Oulles, het kleinste dorp van de Isère, is slechts 7km lang maar kronkelt door haarspeldbochten op een zuidhelling vol pijnbomen. En de weg naar Villard-Notre-Dame is zo smal en avontuurlijk, met drie onverlichte tunnels, dat je écht niet zonder lampjes moet vertrekken.
Infrastructuur en logistiek
Een goede bestemming heeft klimmen. Een goed basecamp heeft logistiek. Beiden op orde.
De Voie Verte, een autovrije route van Venosc tot Allemond via Le Bourg-d’Oisans, verbindt drie valleien en brengt je zonder stress naar de voet van de grote cols. Van eind juni tot eind augustus rijdt er een gratis pendeldienst met fietstrailer op datzelfde traject, zeven dagen per week.
Accomodaties en overnachten
Accommodaties met het Accueil Cyclo Oisans-label bieden specifieke fietsvoorzieningen, van beveiligde stalling tot wasservice, beoordeeld op een schaal van één tot drie fietsen. Handig om op te filteren als je boekt. In het dorp zelf vind je fietswinkels voor verhuur en reparatie, en bij de VVV-kantoren ligt reparatiegereedschap klaar voor noodgevallen.
En dan de Oisans Col Series: elke dinsdagochtend in juli en augustus wordt er één col of route afgesloten voor autoverkeer. Dan heb je de weg helemaal voor jezelf. Alpe d’Huez, Croix de Fer, Sarenne, ze komen allemaal voorbij. Dat kun je nergens anders zo gestructureerd doen. Check het actuele programma op oisans-col-series.com, want data en routes kunnen per seizoen wisselen. Let op: in 2026 slaan de Oisans Col Series een jaar over; in 2027 komen ze terug.
Wanneer gaan en waar op letten
De hogere cols (Galibier, Croix de Fer, Sarenne) zijn seizoensgebonden. Openingsdata verschillen per jaar en hangen af van sneeuwval. Check altijd bike-oisans.com voor actuele informatie over col-openingen, liftoperaties en shuttletijden.
Verder: neem verlichting mee. Meerdere routes bevatten tunnels, waarvan sommige niet verlicht zijn. De afdaling na een bergpas verdient aandacht: smalle wegen, scherpe bochten, en af en toe een tegemoetkomende auto op een weg die eigenlijk net breed genoeg is voor één voertuig.
Na dag één in Oisans valt al snel de vraag welke klim morgen aan de beurt is, niet óf er nog iets te rijden is. Alpe d’Huez is de lokker. Oisans is de reden dat je blijft.
Fietsen in de Isère: Alpe d’Huez en meer
Als fiets in Frankrijk zegt, dan zeg je Isère. Dat staat weer gelijk aan Bourg d’Oisans en eenmaal in Bourg d’Oisans kun je alleen maar denken aan De Alpe: Alpe d’Huez. Met zijn 21 bochten, rijke historie voor zowel profs, beginners en alles daartussen in ben je hier in het kloppende hart van het fietstoerisme. Toch zijn de kenners het er over eens: ‘de alp’ is zeker niet de mooiste klim die er is en ook niet de moeilijkste klim. Sterker nog er zijn misschien wel 100 bergen die interessanter zijn dan de Alpe D’Huez. Daar is zelfs een hele website aan gewijd. We rest our case. Daarom geven wij nu wat alternatieven om te fietsen de Isère, die misschien wel leuker, moeilijker of mooier zijn dan de ’21 virages d’Alpe D’Huez.

Collet de Vaujany
Deze kleine gigant wordt op een of andere manier nauwelijks genoemd als het om de Isere gaat. Je kunt ‘m terugvinden in de twee Vaujany events van GFNY maar verder lijkt men deze klim te negeren. Het kan er mee te maken hebben dat deze klim (ook) een dead-end is, dus het leent zich niet per se voor een goed rondje. Maar met 9,4 kilometer en een steilte die zich meet met de Passo Giau ben je hier wel even zoet mee.

Alpe d’Huez the other side:
Als je over Alpe d’Huez praat, dan is er maar één zijde. Die met die 21 bochten. Het gaat altijd over de Nederlandse boch, bocht 7. Over de wereldtijd van wijlen Marco Pantani. Maar er is ook een andere kant. Die is minder spectaculair en minder overgoten met wielerhistorie. Maar als je toch in de buurt bent. De route is een stuk vriendelijker qua stijgingspercentage en uiteindelijk rijd je het laatste stuk over dezelfde route als de bekendere klim. Deze pas is ook wel de Pas de la Confession. Je start in het dorp Allemond, dus niet in Bourg d’Oisans.
Eenmaal op de top heb je drie keuzes:
- Direct terug via dezelfde we
- Terug via de befaamde 21 bochten
- Doorrijden naar de Col de Sarenne
Wij zouden kiezen voor het laatste, om dan vervolgens af te dalen naar het stuwmeer en dan een mooi rondje te maken door de omgeving. Niet slecht, als het aan ons ligt.
Col du Sabot
Iets ten noorden van Alpe d’Huez vind je deze prachtige beklimming. Het is een ‘one-way’ dus je zal helaas dezelfde weg omhoog moeten rijden als je ook af moet dalen. Maar laten we helder zijn: deze klim is een absolute aanrader. De top is ruim hoger dan die van de buurman, want in totaal 14,5 kilometer, met een percentage van 8,9 brengt deze weg je naar 2100 meter hoogte. Maar het is er een stuk rustiger en de uitzichten zijn een stuk beter dan op die van z’n beroemde broer. Daarbij is het aantal haarspeldbochten zeker niet mis.

Col du Parquetout
Deze klim hebben we al eens eerder voorbij zien komen namelijk in ons overzicht van cols waar je waarschijnlijk nog nooit van gehoord hebt. Een schitterende klim, die niet per se hoog komt, dus dat biedt langer in het jaar ook nog mogelijkheden. Deze gaat echter wel pijn doen! Met slechts 1382 meter hoogte is dit dus geen hoogvlieger, maar in 7,1 kilometer klim je wel met 9,7% gemiddeld omhoog. Tenminste, als je de steile kant pakt.

Meer info
Het gebied heeft veel meer te bieden dan de bovenstaande tips. Kijk eens op de site van Oisans, daar vind je een hoop leuke routes en alternatieven.
Ook de site van Isere Tourisme geeft een wereld aan info over het gebied. Veel fietsplezier!



0 reacties
Chantal Gosewehr – Wolf