Cote d’Azur: zoveel meer dan het strand

col-bonette_Giacometti-768x512@2x

Door: Sander Kolsloot

De Côte d’Azur was het decor van de Tourstart in 2020. Niet de start die men in eerste instantie gehoopt had, maar toch was er genoeg spektakel te beleven. Sowieso is de regio een schitterende plek om eens op de fiets te springen. Lance Armstrong was wild van de regio en had er zelf een favoriete beklimming. Ook Steven Kruijswijk, Michal Kwiatkowski en andere renners (velen met Monaco als thuisbasis) rijden er graag hun rondjes. Wij hebben vijf toffe beklimmingen op een rijtje gezet, ter inspiratie voor jouw volgende avontuur aan de blauwe kust.

Col de Vence

Deze klimming, vlakbij het kunstenaars en galerie dorp Vence (een van de mooiste dorpen van Frankrijk) is een perfecte trainingsklim. De zuidvariant, vanuit Cagnes, is ongeveer 10 kilometer lang tegen gemiddeld 7%. Je kunt er precies diep genoeg gaan en uiteindelijk is het voordeel dat je door de gelijkmatigheid ook goed kunt trainen.

Bijkomend voordeel is dat deze klim slechts tot 963m hoogte reikt en daardoor is deze klim ook in de winter goed bereikbaar, want eigenlijk praktisch het hele jaar sneeuw- en ijsvrij.

Col de la Bonette

Een van de hoogste bergen in Europa, de Col de la Bonette, is echt een joekel van een uitdaging. In totaal is dit monster ‘slechts’ 25 kilometer lang, maar 10 kilometer van die klim is wel boven de 2000m. Dat is een serieuze hoogtestage. De wegen van deze klim zijn niet het hele jaar te berijden. Afhankelijk van het weer is de klim open van eind mei tot in november. De klim zit niet heel vaak in de grote rondes. In 2016 reed de Giro (?) naar deze klim toe. Toen mocht Mikel NIeve de handjes in de lucht gooien boven op de top. De tour kwam er voor het laatst in 2008. Ene John-Lee Augustyn (kent u deze nog?) was toen de (verrassende) winnaar.

Klein extraatje: op de top kun je nog een extra ‘rondje’ maken, waardoor je nog meer kunt trainen op jouw conditie op deze hoogte. Hoef je niet eens voor naar Ecuador 😉

Col de la Madone

Populair geworden door Lance Armstrong, die het zijn favoriete beklimming noemde. Het fietsmerk waar hij op reed heeft er een model naar vernoemd. Maar toch zat deze klim nog nooit in een grote ronde. Het kan zijn dat deze klim te weinig spektakel biedt. Hij is in totaal 14 kilometer lang, maar heel erg geleidelijk. 6,5% gemiddeld, maximaal 10%. Een andere reden zou kunnen zijn dat de beklimming wat lastig te berijden is door de Tour karavaan. Het wordt op een gegeven moment vrij smal en ruig. Je kunt er zomaar een paar schapen tegenkomen. Of Chris Froome op zijn dagelijkse rondje in het off-season.

Col de Turini

Als je naast fietsliefhebber ook van rally rijden houdt, dan is dit een naam met een verhaal. De Turini col is namelijk bekend geworden door de Rally van Monte Carlo. De locatie laat zich dus al raden, net boven het prinsdom. Waarom is dit nu een echte mooie klim in deze regio? Je kunt ‘m van drie verschillende kanten aanvatten. Elke kant is net weer even anders. De westelijke beklimming boezemt het meeste ontzag in, met een flink stijgingspercentage (7,3% gemiddeld in 15kilometer). De zuidkant is het meest vriendelijk maar wel een stuk langer (26 kilometer, 4,9%). De oostelijke beklimming zit er qua lengte en stijging een beetje tussenin.

Het is een schitterende beklimming over wat landelijke wegen en bovenop de top, op 1600 meter heb je een paar restaurantjes en koffie tentjes waar je kunt stoppen voor een versnapering of om even op te warmen. Let op: in de winter kan het hier koud en glad zijn! En je kunt hier zomaar tegen Richie Porte aanrijden. Er zijn slechtere plekken om een aanrijding met een prof te hebben. 😉

Col d’Eze

Deze beklimming is eigenlijk de ‘quintessential Paris-Nice climb’. Tot voor kort zat ie elk jaar in de afsluitende tijdrit, maar nu heeft de locale burgemeester andere plannen. Helaas. Richie Porte en Chris Froome mochten hier al eens op het hoogste treetje staan. Het is geen indrukwekkende col qua getallen want hij klimt slechts naar 504m, hij is aan 5% en de maximale score is 9,4% op de hellingsgraad. Toch levert het elke keer spektakel op als de profs er 10km lang een snok aan geven. En voor het uitzicht moet je ‘m zeker een keer gedaan hebben.

Extra voordeel: als je in Nice gestationeerd bent, is dit de makkelijkst bereikbare klim, want hij start ook in het stadje aan de zee.

Bonusklim: Col de Tende

Hoe krijg je in totaal 48 haarspeldbochten in slechts 7,4 kilometer? En hoe kan het dat je met een afslag er nog eens 17 (!) aan kan toevoegen. Dat is de Col de Tende, voor velen onbekend, maar met dit soort getallen een must om eens te rijden. Het is echt een bucketlist klim die je van twee kanten kunt aanvallen.

Het mooiste is wel de route vanuit Nice en dan via de D6204. Vergeet niet voor de Tende Tunnel even af te slaan anders mis je het mooiste stuk. Het duurt wel even voordat je boven bent, want het is een lange klim die enkel en alleen maar steiler wordt. Bijkomend nadeel: het wegdek wordt ook alleen maar slechter. Dus niet te smalle bandjes en rekening houden met een stukje offroad. Maar met zo’n klim moet je dat er wel voor over hebben.

Hij zat ook al meerdere keren in de grote rondes, o.a. de Giro en de Tour. Laatste keer stond Ivan Basso nog te juichen op het podium. Dus het is wel even terug.