Crans-Montana: What. A. View.

DSC04783

In het prachtige kanton Valais-Wallis is zoveel te kiezen als het op fietsen aankomt. Wat denk je van een mooie rit vanuit should-have-been WK startplaats Martigny en dan omhoog naar Barrage d’Emosson, Grand Saint Bernard of een van die andere waanzinnige beklimmingen. Je kunt ook vanuit Brig naar Moosalp, naar de Furkapass, Nufenenpass, Simplonpass en ga maar door. Tussen al dat Alpencol-geweld kan Crans-Montana een beetje wegvallen. Dat is eigenlijk zonde, want bijna nergens ter wereld vind je een locatie met zo’n mooi uitzicht. Wij gingen er deze zomer heen en het liefst gaan we morgen weer terug!

Twee-in-één

De dorpjes Crans-sur-Sierre en Montana vormen samen het ski- en zomerdorp Crans-Montana. Deze mondaine bestemming, ten oosten van Sion, op ruim 1400 meter hoogte, was vroeger al een sjieke aangelegenheid. Oorspronkelijk was het zelfs een (sjiek) kuuroord, gelijk aan Davos, waar mensen met allerlei soorten problemen naartoe kwamen om zich te laten behandelen. Heden ten dage zie je dat ook nog terug met verschillende privé-klinieken, die dateren uit vroeger tijd.

De twee dorpen Crans en Montana hebben een mini-strijd met elkaar, waarbij Crans zich graag net iets sjieker voordoet dan Montana. In Crans vind je de sjieke winkelstraat, het toerismebureau is daar gevestigd en ook de golfclub waar elk jaar de Omega Masters wordt gespeeld is daar. Maar naar buiten toe is het een en hetzelfde en je krijgt eigenlijk twee voor de prijs van één. Voor fietsers zal het weinig uitmaken, want of je nu in Crans of Montana verblijft, het uitzicht blijft schitterend en de hotels zijn vergelijkbaar. Net als het wegdek en de keur aan gave beklimmingen.

Col du Crans-Montana

Terwijl wij ons ‘s-ochtends tijdens het ontbijt voorbereiden op onze rit, komt gids Alain met een mooi verhaal over het ontstaan van de beklimming van de dag, de Col du Crans-Montana. De urban legend is dat men graag ook een col wilde hebben in het skidorp. Alleen, officieel was er geen beklimming. Dus hebben ze er uiteindelijk eentje bedacht en die de naam ‘col du Crans-Montana’ gegeven. Qua originaliteit kan het beter, maar goed. Niet zeuren. Er is een beklimming en dat is al mooi.

We kijken nog eens even naar de route en het ziet er allemaal prima te doen uit. Beetje rechtdoor, eventjes omhoog, dan weer iets naar beneden en uiteindelijk nog weer wat omhoog. Appeltje eitje. We checken uit in het hotel, want we rijden naar Crans-Montana toe om daar de nacht door te brengen. De spullen worden met ons mee verplaatst en dat is wel zo prettig.

Op de weg naar Crans-Montana rijden we door het dal en klimmen we een beetje hier en daar. We pakken een lekker kort klimmetje mee richting Leuk (not funny), waar een aantal mooie haarspeldbochten inzitten. Het gaat daar goed om hoog en het is perfect om er weer even in te komen. Alhoewel. Het is toch wel een steil stuk omhoog aan 7%.

Door naar de Col

Na een lang stuk dalend en een beetje zigzaggen komen we uiteindelijk aan in Sierre. Het stadje dat aan de voet van ‘de col’ ligt. De top van de col ligt op ongeveer 1800 meter, Sierre ligt bijna 1200 meter lager. We hebben wel een klim voor de boeg, want de klim zelf is ruim 16 kilometer lang.

De klim begint ergens middenin Sierre, maar al vrij rap rijden we tussen de wijnranken door omhoog. Don’t be fooled by the view, want het is eigenlijk continu aan 8% omhoog klauteren. Na een paar toffe switchbacks stoppen we even om wat foto’s te nemen, want het uitzicht is schitterend. We zien de wijnranken en in de verte de vallei en het al eerder genoemde panorama van Crans Montana. Meer en meer begrijp ik waarom families hier jaar in jaar uit terug komen voor ski- en zomervakantie.

Hoger en hoger

De klim zelf is een verborgen pareltje. Doordat je lang tussen de wijngaarden rijdt, vergeet je soms dat het pijnlijk hard omhoog gaat. Zoals gezegd: het is 1200 hoogtemeters in ongeveer 16 kilometer. Daar zitten een paar vlakke stukken tussen dus tel uit je winst. Het meest verraderlijke aan deze klim is dat je uiteindelijk niet naar het dorp zelf klimt (Crans Montana), maar naar een punt boven het naastgelegen Aminona.

De eerste helft van de klim rijden we slingerend tussen de wijnvelden omhoog en dan komt er een wat langer recht stuk. Hier laten we ook langzaam de wijnranken achter ons en begint de begroeiing ook te veranderen. Ik heb het eigenlijk best zwaar. Dat terwijl het allemaal niet zo steil en pijnlijk lijkt, ligt mijn tong bijna op mijn voorwiel.

Stug stamp ik door naar de kruising met de Route de Crans, die uiteindelijk naar het dorp leidt. Wij draaien echter scherp rechtsaf richting Aminona. Voor de meeschrijvers. Bij de afslag in Mollens, richting Aminona, zit je op 1100 meter hoogte. Het is dan nog 7 kilometer naar de top op 1800 meter. Dat stond ’s ochtends niet zo duidelijk op de route bij het ontbijt.

Begging for mercy

Dat ik het zwaar heb, lijkt ook tot mijn twee (goed afgetrainde, semi pro) reisgenoten te zijn doorgedrongen. Ze rijden nog net geen rondjes om me heen en ik krijg ook geen goedbedoelde duwtjes, maar de teksten zijn wel veranderd. Eerst was het: ‘wat is het hier mooi’; nu: ’the next bit isn’t that bad’. Friendly reminder.

Als we in Aminona aankomen rijd ik ze tegemoet op de parkeerplek. Ze schrikken op van hun telefoon, want ze hadden me eigenlijk nog niet verwacht. Dat is dan wel weer positief. Hier heb ik nog de keus en ik bepaal voor ons groepje: linksaf, de stille afgang richting hotel. Rechtsaf, nog 2,5 kilometer aan 10% naar de uiteindelijke top. Onbestaanbaar dat we linksaf gaan. De wedstrijdsporter in mij is duidelijk: rechtsaf. Dan maar kotsend boven, maar boven komen zullen we. Best. decision. ever.

Toppie

Want hoe pijn het tot nu toe ook deed. Ik heb mijn schwung te pakken. Lekker blijven malen en naar boven kijken. Dan is het aftellen. Het is toch een voordeel, zo’n fietscomputer (een Wahoo in mijn geval). Je kunt alle info een beetje bekijken en ondertussen zie je wanneer de zware stukken eraan komen of wanneer het even afvlakt. Zodoende is het einde van deze Walliser kwelling al sneller in zicht dan normaal menselijk is.

Het bereiken van de top is een beetje een anti-climax. Het bordje (zie foto) valt bijna weg bij de bewegwijzering van de (overigens vette) MTB trails in de buurt. Het uitzicht is op dat punt ook niet denderend. Maar we hebben 1800 meter gehaald en daar ben ik blij om.

Relax and breath

Het is daarna nog wel zaak om naar het hotel te komen. We verblijven in Hotel de la Forêt in Crans en dat ligt nog een paar honderd meter lager. Afdalen geblazen. Dat is geen sinecure. Want de weg omhoog was 10%, dus naar beneden….ook 10%. En de weg is smal en onoverzichtelijk. Dus je moet echt goed opletten. Het heeft de dagen ervoor ook nog eens geregend, wat betekent dat de weg ook een beetje vochtig is. Dat zorgt voor extra voorzichtigheid. Ik ben wel blij met de schijfremmen op onze leenfiets.

We slingeren naar beneden en uiteindelijk draaien we naast de Luzerner Höhen Klinik weer de hoofdweg op. Ons hotel ligt dan slechts op een steenworp afstand. Na een quick change en een goede pastamaaltijd scheiden onze wegen en die Alain.

Why Go?

Crans Montana ligt eigenlijk perfect om de omgeving te ontdekken. Met de hoogte op 1500 meter is het ook een uitstekende plek voor een hoogtestage. Je kunt vanuit Crans meerdere kanten op, o.a. ook de naastgelegen Sanetsch pas meepakken en van daaruit een big ride maken via Aigle – Martigny en weer terug.

De faciliteiten in het dorp zijn van hoog niveau, ook omdat het in de winter een bruisend skidorp is, waar gasten toch enige luxe en kwaliteit verwachten.

Wij verbleven in een specifiek ‘Swiss Bike Hotel‘. Hotels die voorzieningen hebben specifiek voor fietsers.

  • Afgesloten opbergruimte/fietsenkelder
  • Afspoelplek
  • Sleutelset
  • Lokale info

Dat is best fijn en er zijn in heel Zwitserland van deze hotels te vinden. Daarnaast zijn er ook ‘Bike Friendly’ hotels die tegen deze voorzieningen aanzitten maar bijvoorbeeld geen reparatiesetje hebben, maar wel een kelder en afspoelplek. In ski-oorden is er vaak een af te sluiten kelder, omdat daar in de winter ook de ski’s staan.

Zwitserland is qua transport bovenaan in alle lijstjes. Je kunt erheen vliegen (Geneve/Zurich) of met de trein naar Basel en dan verder op het goed verbonden SBB netwerk. Gebruik een Swiss Travel Pass als je meerdere dagen met de trein wilt reizen. Reis je met de fiets? Even reserveren en er zijn specifieke fietsplekken.