Classic ride: Stelvio vanuit Prato

Klassiek zicht op de Stelvio

In onze serie Classic Rides trekken we langs mythische beklimmingen en klassieke routes. We vinken de Mont Ventoux, Mortirolo, Alpe d’Huez en Angliru af, tezamen met andere plekken die eigenlijk op een bucketlist thuis horen. In deze aflevering komen we op een van de plekken die het meest tot de verbeelding spreekt: Stilfersjoch oftewel ‘De Stelvio’. De beklimming van de Stelvio is een echte klassieker. Velen van ons hebben ‘m gereden en wellicht spijt gehad van deze keus. Anderen zullen zich een soort van held voelen als ze eenmaal boven zijn gekomen. Op de familieverjaardag doet deze naam het in ieder geval goed. Voor Cyclingdestination.cc ging Djowin Meijerink omhoog vanuit Prato of Prad. De klassieke variant en daarom met stip in deze lijst. Lees en geniet!

25 lange kilometers

25 Kilometer klimmen en een hoogteverschil van maar liefst 1846 meter. Dat zijn 25 lange kilometers. Bij vele wielerliefhebbers staat deze klim hoog op het lijstje en dat is niet zonder reden. De roze karavaan van de Giro d’Italia trok elf keer over deze mythische berg. Ik neem je graag mee naar de top!

De Stelvio is niet zomaar een klim. De 25 lange kilometers kennen een gemiddeld stijgingspercentage van 7,4% met uitschieters naar de 12%. De laatste 15 kilometer zijn de meest steile van dit monster. Het steilste gedeelte komt als je het bos in rijdt.

Tekst en foto’s: Djowin Meijerink (tenzij anders vermeld)

Vroeg beginnen

7 uur ´s ochtends gaat de wekker op camping Trafoi. Na twee weken wielerplezier in Italië staat vandaag de koninginnenrit op de agenda. De legendarische Stelvio Pas! Hoe je het ook wendt of keert, deze pas boezemt ontzag in. Zoveel dat ik de biertjes de avond ervoor maar even heb laten staan. Vandaag moet het immers gebeuren. Na een goed ontbijt (in mijn geval een bak kwark, brood en een sterke kop locale ‘caffè’ stappen we op onze fietsen. Na gisteren de fiets nog even goed in olie gezet te hebben is deze ook klaar voor de grote dag.

Waar we bij de start nog grappen en grollen, is bij het begin van de klim de nervositeit merkbaar. Want zeg nou zelf: waar ik vandaan kom(de Sallandse Heuvelrug) hebben we wel wat hoogtemeters, maar daar is 300 meter al een beste bergetappe.

Stramme benen

De vorige dag hebben we de Montecampione beklommen en dat zorgt nog voor wat stramme benen. Dat deze berg een bucketlist item is, wordt al vrij snel duidelijk. We halen Italianen, Zwitsers, Belgen en Spanjaarden in. Het bonte gezelschap aan nationaliteiten gaat ook op een bonte verzameling fietsen deze uitdaging aan. De een op een mountainbike uit het jaar 1980 en de andere op de allernieuwste Pinarello Dogma F12. Allemaal met hetzelfde doel voor ogen: de top bereiken. Na drie kilometer klimmen neem ik de eerste slok uit mijn bidon. Gelijk denk ik: heb ik wel genoeg water mee? Twee bidons, totaal één liter voor een rit van ruim twee uur in de brandende zon. Toch fijn dat we die Bira Moretti´s hebben laten staan gisteren.

Eigen tempo omhoog

We spreken met elkaar af om op eigen tempo omhoog te rijden en op de top op elkaar te wachten. Minder praten resulteert immers tot een lagere hartslag. Na het dorpje Trafoi komen we aan bij de eerste haarspeldbocht. Het cijfer (48) wat op het bordje staat, bevalt me helemaal niet. Voor de kenners: er zijn er nog 47 te gaan. Ik moet even slikken.

Ik begin gelukkig wel in mijn ritme te komen: de stramme benen en het luie zweet is er wel uit. Met een grimas waar Thomas Voeckler jaloers op zou zijn passeer ik veel fietsers. De reactie van sommigen laat al even op zich wachten. Als je bezig bent met een hevige inspanning dan moet je dat wel even goed timen. Nooit gedacht dat ik erover na zou denken: groet je nou iemand op het moment van inademen of bij het uitademen? Levensvragen die je tijdens de 48 bochten van de Stelvio wel beantwoord krijgt.

Bocht 24 en dan door

In goede vorm stuur ik door bocht 24 door en begint het landschap om mij heen van gedaante te veranderen. Het bos na Trafoi ligt achter me en links aan de andere kant van de vallei komt een reusachtige gletsjer in mijn gezichtsveld. Op dit punt begin ik mijn benen minder te voelen en neemt de euforie de overhand. Dat trainen door weer en wind werpt nu eindelijk zijn vrucht af. Dit is waar je het voor doet. Na een lange valse bocht naar rechts komt de top van de pas in zicht. Een bizar gevoel bekruipt me. Ik voel me een soort van kleine David die tegen de grote Goliath moest vechten. Wat een reusachtig ding! Gefocust om elke trap even veel kracht te zetten en netjes te blijven fietsen, probeer ik zoveel mogelijk te genieten van de mooie natuur om me heen. Aan een fietscomputer nu geen behoefte. Die heb ik ook niet bij.

Versnellingen op

De laagste versnelling nadert en ik kan nu echt niet meer terug schakelen. Met een 1×12 is het toch krap aan in de bergen dus besluit ik om op de relatief vlakke stukken gas terug te nemen. Nog even goed drinken en de laatste gel naar binnen werken voordat ik begin aan de finale met een stijgingspercentage van bijna 9 procent. Na bijna 2 uur op de fiets te hebben gezeten heb ik nog wat over voor een kleine versnelling. Tegen alle (wieler)regels in schakel ik op en ga ik uit het zadel. Ik ben echt wel verzuurd en gelukkig is de top al nabij. Daar zie ik m´n fietsbuddy al genieten van een koud blikje cola. Ik ben er (precies op tijd).

Het uitzicht is waanzinnig en er zijn meerdere tentjes om wat te eten en te drinken. Je bent omringt met breed grijnzende mensen, want iedereen is boven gekomen. Het valt ook op dat iedereen gelijk wat warmer gekleed gaat want ook in de zomer is de weg naar beneden heerlijk fris. Je bent tenslotte ook op ruim 2700 meter. Het afdalen duurt meer dan een half uur en je moet echt wel bij de les zijn. Een stuurfout is er fataal en dit wordt ook duidelijk kenbaar gemaakt door middel van borden. Je bent zelf in topvorm, maar verwacht dit van je fiets ook. Controleer je remmen en zorg dat alles goed vast zit, voordat je begint aan de tocht. Is dat allemaal in orde, dan kan het genieten pas echt beginnen.

Bormio of Prato

De Stelvio heeft twee kanten en de meest klassieke kant is die vanuit Prato (of Prad). Veel renners zullen hun voor hun basecamp echter Bormio kiezen. Dit geeft wat meer opties om de omgeving te verkennen en o.a. ook naar Livigno te gaan.