De top 5 heftigste beklimmingen in de Vuelta

Iedereen die de Vuelta a España wel eens heeft gezien kent het beeld. De laatste kilometers van een beklimming die niet heel veel meer zijn dan een veredeld geitenpad. Het tekent deze grote ronde, die het altijd al af moest leggen tegen de Tour, maar die ook door de Giro d’Italia voorbij gestreefd werd, met zijn mythische Stelvio, Mortirolo, Gavia, Passo Giau en Zoncolan. De Vuelta doet sinds jaar en dag z’n best om de finishes en beklimmingen spectaculair te laten zijn. Dat lijkt ook gelukt. Want wie tegenwoordig aan een bizarre finish bergop denkt, denkt aan de Angliru, La Covatilla en meer van dit soort geitenpaden. Als een ode aan dit type beklimming hebben we de top 5 heftigste beklimmingen (met een klein toetje) opgesnord. In willekeurige volgorde (maar wel met die ene klinkende naam op nummer 1).

1. Alto de L’Angliru

Laat bij elke willekeurige wielrenner de naam Angliru vallen en de pap schiet gelijk in de benen. En terecht. Sinds 1999 zit deze beklimming met enige regelmaat in de Ronde van Spanje. Veel renners nemen die dag liever een buskaartje. Het is niet voor niets het Monster van de Asturias en dé beklimming van de Vuelta. Ga er maar aan staan. 12,5 kilometer volgens de officiële bordjes, 10,1% gemiddeld en bijna een halve kilometer aan 23%.

De steilste kilometer is 17,3% en met 5 kilometer aan gemiddeld 13,8% zal niemand met veel plezier uitkijken naar een ritje omhoog naar de top van dit monster. In 2020 was Hugh Carty de meest recente winnaar. Elke renner, amateur of prof, die hier heel bovenkomt verdient respect!

2. Santuario de la Virgen de Arrate

Deze beklimming zal bij velen ook angstbibbers geven. Niet omdat deze klim, een van de belangrijkste in het Baskenland, zo enorm lang is. De langste variant meet ‘slechts’ 6,4 kilometer. Nee, het gaat hier vooral om het stijgingspercentage. 20% maximaal, een kilometer lang 15,6% en bijna de gehele klim gemiddeld 9%. Pijnlijk, pijnlijk, pijnlijk. Toch kan deze beklimming niet enkel aan lichte vedergewichten worden toegeschreven. Want ook vriend van de show Miguel Indurain kwam hier eens als winnaar boven. Maar ja.

3. Lagos de Covadonga

Dit jaar (2021) zit deze klim weer in de Vuelta. Gelegen in het Picos de Europa Nationale Park, ook in Asturie, is dit eentje die zorgt voor zeer pittoreske plaatjes. De meren van Covadonga zien er schitterend uit op de ansichtkaart, maar ondertussen is het vanaf het plaatsje Covadonga omhoog een pijnlijke lijdensweg. Als je deze beklimming gaat doen, is het handig om nog even een schietgebedje te doen bij de kathedraal van Covadonga.

Het is eigenlijk bizar dat een klim die ‘slechts’ naar 1120 meter stijgt en dat aan 5,4% gemiddeld zo veel angst inboezemt. Het komt waarschijnlijk door het lange stuk (bijna 700m) aan 15% en hoger

4. Pico Valeta

Deze beklimming in de Sierra Nevada, in Andalusië, hoort zeker thuis in het rijtje mooiste geitenpaden. Alhoewel de Vuelta karavaan eigenlijk nooit helemaal naar boven rijdt (want dat gaat niet lukken met al die wagens). Het is de hoogste geasfalteerde weg van Europa, op ruim 3300 meter. De langste route heeft een hoogteverschil van 2800 meter! De zuidelijke varianten zijn in het begin al vrij steil en zwakken daarna wat af. Gemiddeld is de klim maximaal 6,7%, maar het is vooral de lengte van boven de 40 kilometer tot aan de top die hier het zweet over het voorhoofd doet parelen. Vaak is het heel warm aan de voet, maar ook wel fris aan de top.

De Vuelta stopt vaak rond de 2500 – 2600 meter. Nog steeds een klim om u tegen te zeggen, zeker omdat het gemiddelde dan flink omhoog gaat (want de laatste kilometers naar de top zijn niet de steilste)

5. Alto d’el Gamoniteiru

Voor de echte volgers van de Vuelta past deze eigenlijk niet in het lijstje. Want deze is nieuw. Maar hij staat er toch in en wel hierom: Hij ligt bijna naast de Angliru en heeft een vergelijkbaar pijnlijk profielkaartje. Het lijkt erop dat de Vuelta organisator weer een nieuw geitenpad heeft gevonden!

Deze klim is 9,7% gemiddeld over 15 kilometer, met 5 kilometer aan een gemiddelde van 11,4. De uitschieter is niet zo extreem als de Angliru, maar dit gaat absoluut pijn doen.

Bonusklim: Peña Cabarga

Deze klim is al redelijk vaak beklommen, maar is voor velen misschien net niet lang genoeg. Toch is deze 6 kilometer lange kuitenbijter in de buurt van Santander eentje om eens goed voor te gaan zitten. Vooral de laatste kilometer aan 15% is pijnlijk te noemen en zorgt ook bij de pro’s voor veel spektakel. Froomey won hier twee keer, maar ook (opvallend) Vasiliy Kyrienka.

Routeprofiel van Peña Cabarga
(c) Climbfinder.com