In het spoor van Il Lombardia

ghisallo pas en muro di sormano

Het wielerseizoen in Italie start met La Primavera (voor de niet-kenners Milaan – San Remo) en eindigt eigenlijk met Il Lombardia, de Ronde van Lombardije. Grappige overeenkomst tussen beide races: ze worden meestal beslist op de laatste klim, alhoewel de Ronde van Lombardije een parcours kent wat meer onderscheidend is.

Wij gingen op pad langs (een deel van) de route van deze najaarskoers en daar zijn een hoop mooie pareltjes te ontdekken.

Como

Het stadje Como ligt in het westelijke deel van Lombardije. Het aangrenzende (en naar het stadje vernoemde) meer is een geliefde vakantiebestemming voor fietsliefhebbers, maar ook voor ’the happy few’. Het schijnt dat je George Clooney daar aan een echte espresso kan zien nippen. Lombardije zelf is enorm uitgestrekt. De oostkant grenst aan het gardameer, aan de noordkant zijn de bekende fietsgebieden rondom de Stelvio en Livigno en in het zuiden loopt het voorbij Milaan tot aan Piacenza. Groot dus. Dit jaar, in 2021 zal de race eens NIET in Como finishen, maar zal de race daar starten en eindigen in Bergamo. De twee steden wisselen deze start- en finishplaats om de zoveel jaar.

Iconisch

Een van de zekerheden in de Ronde van Lombardije is de passage van de Madonna del Ghisallo. Deze klim die je van twee kanten kunt aanvatten ligt net ten zuiden van Bellagio. Waarom deze Madonna zo iconisch is? Het is de beschermheilige van alle wielrenners. In de koers rijden de renners meestal van de noordkant omhoog. Dit is ook de zwaarste variant. Tijdens de beklimming luidt men de klokken van het kapelletje dat bovenop staat. Als je zelf deze beklimming rijdt, dan is bovenop stoppen een no-brainer. Het kapelletje alleen al is letterlijk en figuurlijk heilige grond. Er hangen foto’s en relikwieën van Coppi, Bartali, Casartelli en meer. De kapel is ooit ingewijd en je kunt hier (mocht je dat willen) om de zegen van Madonna vragen.

Naast het kapelletje vind je de boegbeelden van de Italiaanse fietssport. Coppi, Bartali en Binda. Even verderop ligt het fietsmuseum. Ook de moeite waard, maar wel een betaalde entree. Hier kun je onder andere vele oude roze truien zien (die van Breukink zit erbij) en meer.

Klimmen

De beklimming, die op 758m hoogte uitkomt, is dus vanuit Bellagio en vanuit Canzo te beklimmen. Vanuit Bellagio gaat het direct steil omhoog, stukken van 10% met een uitschieter naar 14,5%! Na een aantal kilometer vlakt het even helemaal af maar de laatste 3 kilometer is nog weer flink aanzetten. Eenmaal boven wacht dan dus de zege(n).

Van de andere kant, uit Canzo is het eigenlijk meer een trainingsklim die 10km aan 3,8% gemiddeld omhoog gaat. Dat is even om op te warmen.

Als je dan opgewarmd bent en je daalt af richting Canzo, dan moet je na een paar kilometer even rechtsaf slaan, richting Sormano.

De echte muur

Il Muro di Sormano is in mijn optiek ‘de echte muur’. het is twee kilometer omhoog harken, want het is steil steiler steilst. 14% gemiddeld en een uitschieter naar bijna 18%. Er is geen rust en geen ontkomen aan. Dit doet pijn. Zelfs de profs hebben hier moeite mee. In de koers zorgt deze kuitenbijter meestal voor een eerste scheiding in het peloton. Voor fietsgekken zoals wij is het enkel de bragging rights die je hebt als je eenmaal boven bent. Niets is mooier dan thuis te kunnen vertellen dat je dit monster hebt bedwongen.

Civiglio

Vincenzo Nibali, op weg naar de winst van Il Lombardia. De beelden spreken voor zich. De haai van Messina duikt zonder ontzag voor het leven naar beneden. Als je ooit de Civiglio hebt gereden dan weet je dat wat hij deed echt waanzinnig is. De klim is steil, smal, de bochten zijn krap en je kunt letterlijk niet zien wat er voor je op je pad komt. Als amateur is het dan ook echt af te raden om in de voetsporen van Vincenzo te willen treden. Er is best wat verkeer op dit klimmetje en als je niet goed oplet klap je zo op een oma in een Fiat Panda.

Om te klimmen is het leuker om de lange route omhoog te rijden. (die in de finale van de koers wordt afgedaald). Hier ga je in totaal 4 kilometer aan bijna 10% omhoog. Dat is wel stevige kost. Doordat je hier klimt (en niet daalt) is het allemaal wat overzichtelijker en kun je een beter beeld krijgen van het klimmetje. Eenmaal boven vlakt het dan snel af en kun je met een lusje weer richting Como rijden.

Het mooiste balkon

Even een tipje van de kenners. Hoewel deze klim nooit in de Ronde van Lombardije zal voorkomen, want een ‘dead-end’ en erg smal is de beklimming van Monte Sighignola eentje om over naar huis te schrijven. De beklimming zelf mag er zijn. 15,5 kilometer, meer dan 1000 hoogtemeters en een percentage van 6,6% brengen je uiteindelijk op een hoogte van 1298m. Op zich niet uitzonderlijk hoog, ware het niet dat je hier aankomt op het ‘Balcone d’Italia’, misschien wel het mooiste balkon ter wereld. Je hebt een adembenemend uitzicht over het meer van Lugano en op een goede dag kun je echt kilometers ver kijken.