Innsbruck – Stad tussen de bergen

2021_0080

Na het WK wielrennen van 2018 stond Innsbruck ineens bovenaan veel lijstjes voor een fietsvakantie. Want wie werd er nu niet enthousiast van de mooie omgeving? Highway to Höll stond ineens op de ‘bucketlists’ van te gekke klimmetjes die je gedaan moest hebben. Ook op Zwift was Innsbruck ineens te rijden en dat deed wel wat voor de stad en het fietsen. Toch zie je dat veel mensen Innsbruck en de omgeving nog links laten liggen bij de keuze voor een toffe fietstrip. En dat is zwaar onterecht. Hier een aantal redenen waarom jij per se naar Innsbruck moet.

1. Variatie

Je zou het niet zeggen, maar Innsbruck is met haar ligging bij uitstek een locatie waar je veel variatie kunt vinden.

De bergen in

Wil jij de bergen in? Fantastisch. Je kunt kiezen uit een mooie rustige beklimming richting Lüsens of Praxmar, je kunt helemaal ervoor gaan bij een rondje over de Kühtai of je kiest voor een lange loper richting de Brennerpas, waarbij je ook de mogelijkheid hebt om een aantal zij armen mee te pakken. De keuze is volop aanwezig.

Maar variatie zit ‘m ook in de keuze van fiets. Ga je op de racefiets? Of pak je toch liever even de Gravelbike en rijd je bijvoorbeeld onder de Europabrücke door? Tip: bij Gravel Innsbruck zit dat stuk automatisch inbegrepen! Maar vergeet ook niet de variate die je kunt vinden in het Bikepark bij Mutters, net 10 minuten buiten de stad. Uitdagende trails, technische oefenparcoursen, you name it, het is er.

Dan is er nog de befaamde Nordkette, waar je zowel tegenop, als ook vanaf kunt fietsen. Hier is het gebruik van MTB of Gravelbike wel gewenst, anders ga je snoeihard onderuit. Maar het is een plaatje! Zeker ook de singeltrails downhill zijn om van te smullen (als je er van houdt natuurlijk ;))

Hadden we trouwens de Höttinger Höll nog genoemd? Deze slotklim van het WK is absoluut een must als je in de buurt bent. Je gaat heir dus wel met maximaal 28% omhoog. Dat doet absoluut pijn aan de benen.

Het hoeft niet omhoog

Waar wij variatie bedoelden, is het ook echt variatie. Want je kunt ook gewoon lekker vlak rijden langs de oevers van de Inn. De zogenaamde Innradweg loopt helemaal door naar Kufstein en is eigenlijk zo vlak als de Hollandse polder. Of naar het Mieminger plateau. Ten westen vind je een route die langs allerlei culinaire stops loopt. Je kunt ook de eerder genoemde Brennerpas route nemen. Die is lang, aan 2% en is niet per se steil op wat voor moment dan ook. Heerlijk dus, want je pakt wel hoogtemeters, maar je gaat niet stuk.

2. De stad zelf

Innsbruck is een enorm jonge stad. De Universiteit van Innsbruck zorgt voor een influx van jonge inwoners in de stad. Met name ’s avonds en in de zomers is te merken dat Innsbruck meer is dan de Hofburg en het Gouden dak. Ook leuk, maar toch net even anders. Er zijn talloze restaurantjes waar je tegen een prima prijs ’s avonds kunt eten. Of leuke koffietentjes en all day breakfastbar ‘Breakfast Club’. Dat is ook wel eens fijn na een mooie fietstocht, om nog eens een keer te ontbijten.

Een van de andere tips: ga ’s avonds sjiek cocktails nippen in de 360 graden bar. Het kan echt minder. En dat is een understatement.

Daarnaast is de locatie naast de Nordkette (aan de noordkant) en de Patscherkofl aan de zuidkant redelijk uniek te noemen. Neem een van de kabelbanen omhoog en je hebt een prachtig uitzicht over de stad. Op meerdere plekken kun je daar een drankje doen met een prachtig uitzicht.

3. Bereikbaarheid

Als je al niet gegrepen was door de locatie en de fietsmogelijkheden, dan is het punt bereikbaarheid ook eentje om mee te nemen. Want je hebt meerdere mogelijkheden

  • Vliegtuig: het vliegveld van Innsbruck is relatief klein, maar heeft wel een directe verbinding met Nederland. Zeker aan de randen van het fietsseizoen (als de winter ook om de hoek komt kijken) is er een goede verbinding
  • Trein: de Nightjet is de nieuwe troef voor deze stad. Je kunt ’s avonds om 20:00 in Nederland op de trein stappen en ’s ochtends om 09:00 al de verse alpenlucht ruiken. Niet slecht en ook de prijzen zijn meer dan redelijk
  • Auto: het is ongeveer 10 uurtjes rijden. Dat is vergelijkbaar met de meeste populaire bestemmingen.

When to go

Innsbruck is als fietsbestemming op zijn best tussen mei en oktober. In mei kun je nog wel met wat late wintersneeuw te maken krijgen, alhoewel het dal meestal gevrijwaard blijft van sneeuw. In de zomer is het vaak heerlijk warm en moet je echt wel goed smeren.

Er zijn meerdere goede hotels te vinden in de buurt, maar als we er dan toch een mogen aanraden is Hotel Seppl in Mutters een aanrader. De kamers zijn ruim en comfortabel. Het ontbijt is meer dan uitgebreid en ook het natuurzwembad en de wellness zijn van topniveau. Daarbij is Bernhard een echte fietsliefhebber en dat is van meerwaarde, als je ook mooie plekken wilt vinden om te rijden.

Meer info over de stad en het fietsen? Check dan de site hier. Hier vind je ook alle info over de bergbanen, de Innsbruck card en meer.