Deel dit artikel:

Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
Threads
WhatsApp

De Cévennes. Het vergeten berggebied in het Centraal-Massief. Waar je meer gieren dan auto’s tegenkomt, waar de wegen glad als een biljartlaken liggen en waar de klimmen minstens zo pittig zijn als in de Alpen. Alleen: zonder de file van campers, motoren en ladingen fietstoeristen die elkaar verdringen voor de mooiste foto of proberen de profs te imiteren.

We snappen het. Je denkt aan wielrennen in Frankrijk en je hoofd gaat naar Alpe d’Huez, de Tourmalet, misschien de Ballon d’Alsace. Logisch. Maar als je deze zomer écht wilt klimmen op verlaten wegen, met steile percentages en dorpjes waar de tijd stil lijkt te staan, dan moet je naar de Cévennes. Gelegen tussen Lozère en Gard, midden in het Nationaal Park (UNESCO Werelderfgoed), ligt hier een netwerk van D-wegen dat speciaal voor wielrenners lijkt aangelegd. Spoiler: dat is het niet, maar het voelt wel zo.

Waarom Cévennes en niet de Alpen of Pyreneeën?

Een eerlijke vergelijking. De Alpen zijn iconisch, de Pyreneeën episch. Maar de Cévennes heeft iets wat die twee niet meer hebben: rust. We hebben het even in

 CévennesAlpen / Pyreneeën
VerkeerVrijwel geen. Secundaire wegen zijn uitgestorven.Druk in de zomer, zeker op bekende cols.
WegkwaliteitVerrassend goed, zelfs op de smalste weggetjes.Wisselend, slijtage door zwaar verkeer.
SeizoenLagere hoogte = cols eerder open, vaak al vanaf april.Hoge passen dicht van oktober tot juni.
Karakter klimmenSteil, onregelmatig, ritmebrekers.Lange, constante gradiënten.

En dan is er nog dit: de Vosges en Jura zijn prachtig, maar de klimmen blijven daar bescheidener. In de Cévennes rijd je cols van 20+ kilometer met stukken van 15 tot 20%. Dat is een ander verhaal.

De mooiste klimmetjes in de Cevennen

Voor wie ooit het boek ‘de Renner‘ van Tim Krabbé heeft gelezen, kan zich helemaal inleven in de Cevennen regio. Het boek is daar gesitueerd en met dat boek in gedachten kun je de regio nog beter ontdekken.

Mont Aigoual: dé klim die je moet fietsen in de Cevennen

De Mont Aigoual is een klim waar je niet omheen kunt als je gaat fietsen in de Cevennen. Met zijn 1.567 meter is het, na de Mont Lozère, de hoogste berg van de regio én het hoogste punt dat je per fiets kunt bereiken. De weg naar het karakteristieke observatorium op de top vormt letterlijk en figuurlijk het hoogtepunt van de Cevennen. Hoger kom je hier niet.

Wat de Mont Aigoual uniek maakt, is het aantal manieren waarop je hem kunt beklimmen. Maar liefst acht verschillende routes leiden naar de top: vier via bredere hoofdwegen en nog eens vier via kleinere, rustigere bergwegen. Dat maakt de Mont Aigoual niet alleen een van de bekendste klimmetjes van de Cevennen, maar ook een van de meest veelzijdige. Elke zijde heeft zijn eigen karakter, zijn eigen ritme en zijn eigen uitzicht.

De beklimming vanuit Trèves, diep in de Gorges du Trévezel, spreekt tot de verbeelding. Deze kant werd vereeuwigd in het werk van Tim Krabbé en voert je vanuit een ruige kloof langzaam omhoog richting de kale, open top. De variant vanuit Rousses geldt als de zwaarste van allemaal, met steilere passages en een meer onregelmatig verloop dat je dwingt om telkens opnieuw je tempo te vinden.

Juist die variatie maakt de Mont Aigoual tot een essentiële klim voor iedereen die serieus wil klimmen en fietsen in de Cevennen. Het is een berg die je niet één keer beklimt, maar meerdere keren, telkens via een andere weg, telkens met een andere ervaring.

Je kunt Mont Aigoual via tenminste acht routes beklimmen. De populairste:

  • Vanuit Meyrueis via Col de Perjuret: 26km, gemiddeld 3,3%. Vals plat, valse toppen, en dan ineens die laatste muur naar het observatorium.
  • Vanuit Valleraugue: 26,7km, gemiddeld 4,5%. Regelmatiger, mooie opbouw.

Ken je De Renner van Tim Krabbé? Dit is het decor. Dat maakt de beklimming niet makkelijker, maar wel mooier.

Mont Aigoual, Trèves, Frankrijk

• Afstand: 27.5 km, Hoogteverschil: 974 m, Gemiddelde helling: 3.5 %

Col de la Lusette (1.351 m): de zwaarste klim van de Cevennen

De Col de la Lusette is een van de meest gevreesde en tegelijk meest indrukwekkende beklimmingen voor wie gaat fietsen in de Cevennen. Op papier lijkt deze klim overzichtelijk: 18 kilometer lang met een gemiddeld stijgingspercentage van 6,4%. Maar wie hier aan begint, merkt al snel dat dit gemiddelde weinig zegt. De Col de la Lusette is geen lekkere loper. Het is continue schakelen.

Vooral het middendeel van de klim, tussen kilometer 11 en 16, is berucht. Hier lopen de stijgingspercentages structureel op tot boven de 11%, met uitschieters tot 20%. Dit zijn geen korte speldenprikken, maar serieuze stroken die blijven doorgaan. Een licht verzet is hier geen luxe, maar een vereiste. Het is precies dit onvoorspelbare karakter dat de Lusette tot een van de zwaarste klimmetjes van de Cevennen maakt.

De klim voert je door dicht bos, over smalle wegen die speciaal lijken aangelegd voor fietsers. De stilte is compleet. Geen verkeer, geen afleiding. Alleen jij, je ademhaling en de weg die zich langzaam omhoog vouwt. Naarmate je hoger komt, opent het landschap zich en wordt de top voelbaar, nog voordat je hem ziet.

Ook de afdaling vraagt volledige aandacht. Het asfalt is op sommige plekken ruw en technisch, met bochten die scherp en onregelmatig kunnen zijn. Zeker bij nat weer is voorzichtigheid geboden. De Col de la Lusette wordt niet voor niets vaak vergeleken met de Mont Ventoux, niet vanwege de hoogte, maar vanwege de intensiteit en het karakter van de inspanning.

Voor wie de Cevennen echt wil ervaren, hoort deze klim erbij.

Corniche des Cévennes (1.026 m): de mooiste klimroute voor fietsen in de Cevennen

De Corniche des Cévennes is geen klassieke klim, maar een route die alles samenbrengt wat fietsen in de Cevennen zo bijzonder maakt. Geen eindeloze, rechte beklimming, maar een aaneenschakeling van klimmen en dalen over een bergkam, met voortdurend wisselende uitzichten en een ritme dat nooit volledig stabiel wordt.

De beklimming start in Saint-Jean-du-Gard, een typisch Cevennen-dorp waar de weg vrijwel direct begint te stijgen. De eerste serieuze passage voert naar de Col de Saint-Pierre op 597 meter hoogte. Het asfalt is uitstekend en de weg slingert zich in lange, vloeiende bochten omhoog door bos en langs open hellingen. Het is een klim die je uitnodigt om je eigen tempo te vinden, zonder ooit extreem te worden.

Vanaf daar loopt de weg verder omhoog richting de Col de l’Exil op 704 meter. De stijgingspercentages blijven vriendelijk, maar het profiel blijft verraderlijk. Want net wanneer je denkt dat het zwaarste achter je ligt, volgt een afdaling die direct weer overgaat in een nieuwe klim. Dit is het karakter van de Corniche des Cévennes: een constante afwisseling van inspanning en herstel.

Na Le Pompidou begint het laatste deel, richting de Col des Solpérière en uiteindelijk de Col des Faïsses, het hoogste punt van deze route op 1.026 meter. Het is met recht middengebergte, met toppen die niet kunnen meten met het Alpengeweld, maar in de Cevennen voelt het anders. Wat deze route onderscheidt van andere klimmetjes in de Cevennen, is de ligging op de bergkam. Kilometerslang fiets je langs de rand van het massief, met uitzicht over diepe valleien en eindeloze heuvelruggen. Een klim die draait om ritme, om uitzicht en om het gevoel dat je echt onderweg bent.

Voor wie de Cevennen bezoekt, is de Corniche des Cévennes een must-do route. Niet omdat hij de zwaarste is, maar omdat hij misschien wel het beste laat zien waarom fietsen in de Cevennen zo bijzonder is.

Sommet de Finiels (1.699 m): op papier het hoogste punt in de Cevennen

De Sommet de Finiels is het absolute dak van de Cevennen. Met zijn 1.699 meter is dit het hoogste punt dat je per fiets kunt bereiken in dit ruige massief. Daarvoor zul je wel off-road moeten. Want het hoogste pad wat je kunt fietsen met de racefiets, gaat slechts tot 1543m. Voor wie echt wil ervaren wat fietsen in de Cevennen betekent, hoort deze beklimming zonder twijfel op de lijst.

De klim verbindt Le Pont-de-Montvert met Le Bleymard en loopt over de flanken van de Mont Lozère, de hoogste berg van de regio. Vanaf de eerste kilometers klim je geleidelijk omhoog, onder een dak van platanen en andere bomen die beschutting bieden tegen de zon. De stijgingspercentages blijven relatief constant, waardoor je snel in een vast ritme komt. Het is geen klim die je met brute kracht moet overwinnen, maar een die je met geduld en regelmaat bedwingt.

Wat meteen opvalt, is de rust. Doorgaand verkeer kiest vrijwel altijd andere routes, waardoor je hier vaak alleen fietst. Alleen het geluid van je banden op het asfalt en de wind die door het gras en de bomen trekt. Dit is een van de meest pure klimmetjes van de Cevennen: stil, afgelegen en volledig op het tempo van de fietser.

Naarmate je hoger komt, verandert het landschap. De bomen verdwijnen en maken plaats voor open hoogvlaktes. Hier, boven de boomgrens, ontvouwt zich een weids panorama. Aan de westkant ligt de Sommet de Finiels zelf, met zijn kale top op 1.699 meter. Aan de oostzijde zie je de Mont Lozère, die met 1.674 meter net iets lager ligt, maar minstens zo indrukwekkend oogt.

De Sommet de Finiels is niet alleen geografisch bijzonder, maar ook hydrologisch. Hier ligt de waterscheiding tussen twee van Europa’s grote stroomgebieden. Regen die op de noordflank valt, stroomt via de Rhône naar de Middellandse Zee. Water aan de zuidzijde vindt via de Tarn en de Garonne zijn weg naar de Atlantische Oceaan. Fietsend over deze kam beweeg je letterlijk tussen twee werelden.

Col du Pré de la Dame – een van de zwaarste met uitzicht op de Ventoux

De Col du Pré de la Dame is een van de mooiste en meest onderschatte beklimmingen van de Cevennen. Vanuit Génolhac klim je 15 kilometer aan gemiddeld 6,4%, met lange, regelmatige stroken.

De andere zijde is korter, maar steiler. Boven opent het landschap zich en bij helder weer kun je in de verte zelfs de Mont Ventoux zien liggen.

Het is een klim zonder koersgeschiedenis, zonder drukte, maar met alles wat fietsen in de Cevennen zo bijzonder maakt: rust, natuur en eindeloze wegen omhoog.

Col de Perjuret (1.031 m): de poort tussen de gorges en de toppen van de Cevennen

De Col de Perjuret voelt een beetje als een soort overgang. Niet alleen in hoogte, maar ook in landschap. Deze pas vormt de natuurlijke verbinding tussen de diepe kloven van de Gorges de la Jonte en de hogere, open toppen van het Cevennenmassief. Voor wie gaat fietsen in de Cevennen, is dit een klim die je letterlijk van de ene wereld naar de andere brengt.

De beklimming begint in een ruig decor van klifwanden en smalle valleien. De weg snijdt zich door het gesteente, slingert langs rotsformaties en klimt geleidelijk weg uit de gorge. Het asfalt is smal en rustig, met nauwelijks verkeer. Hier fiets je in volledige stilte, omringd door natuur.

Wat de Col de Perjuret bijzonder maakt, is het gevoel van ontsnappen. Onder je liggen de diepe kloven, boven je opent het landschap zich richting de hogere plateaus van de Cevennen. De vegetatie verandert, het uitzicht wordt wijder en de lucht voelt koeler. De klim zelf is niet extreem steil, maar het is er eentje met ‘karakter’. Dit is een van die typische klimmetjes in de Cevennen waar het gaat om de schitterende omgeving

Basecamp kiezen – waar begin je idealiter jouw avontuur?

Bij CyclingDestination werken we graag met Basecamps, plekken die strategisch liggen ten opzichte van de omgeving.

Florac

Hoofdkwartier van het Nationaal Park, gelegen op het kruispunt van de Tarn, Tarnon en Mimente. Vanuit hier rijd je binnen vijf minuten het verkeer ‘uit’.

  • Grand Hôtel du Parc: Accueil Vélo-gecertificeerd, afgesloten fietsgarage met oplaadpunten, zwembad, grote tuin. Sinds 1903 in dezelfde familie.
  • Le Rochefort: Logis de France, net buiten het dorp, 24 kamers, makkelijke toegang tot de Gorges du Tarn.

Meyrueis – het plaatje

Stenen bruggen, een klokkentoren, en de perfecte uitvalsbasis voor Mont Aigoual en de Gorges de la Jonte. Het dorp heeft diverse terrassen.

Logis Hotel – fijn en overzichtelijk

Sainte-Énimie – voor directe toegang tot Gorges du Tarn

Genesteld in de Gorges du Tarn, een van de mooiste dorpen van Frankrijk is een ideale uitvalsplek

  • Château de la Caze: 15e-eeuws kasteelhotel, 4 sterren, privéstrand aan de Tarn, ideaal voor een mooie duik na een rondje in de buurt.
  • Logis Hôtel Auberge de la Cascade: Nuchterder optie, veilige fietsopslag, en een eigenaar die je precies kan vertellen welke route je moet rijden.

Op zoek naar kastanjes, forel en een burger op de top

De Cévennes draait culinair om de châtaignier, de tamme kastanje. Eeuwenlang het basisvoedsel hier, nu verwerkt in brood, meel en desserts. Verder: verse forel uit de rivieren en Aubrac-lam van de causses.

Op de top van Mont Aigoual zit een snackbar waar je een burger en een biertje kunt pakken. Al snel valt de vraag: “Kunnen we binnen zitten?” De wind op 1.567 meter kan sterk zijn.

In dorpjes als Vebron en Meyrueis vind je boulangeries voor een croissant halverwege de rit. Niet overal, en niet altijd open. Plan je stops.

Praktisch – wat je moet weten

  • Water: dorpen liggen verder uit elkaar dan je denkt. Neem altijd een extra bidon mee.
  • Weer: in het dal warm, op de top koud en winderig. Altijd een regenjas of windstopper in je achterzak.
  • Navigatie: bordjes zijn schaars op de kleinere wegen. GPS is noodzakelijk. De afslag naar de Lusette vanuit Le Vigan rijd je zo voorbij.
  • Beste periode: juni tot september. Oktober geeft prachtige herfstkleuren, maar ook kans op zware regenval (de beruchte épisodes cévenols).
  • Afdalen: de Lusette naar beneden is technisch. Variërend wegdek, scherpe bochten, steil. Neem de tijd.

Fietsverhuur

Heb je geen eigen fiets? Of heb je geen ruimte om de fiets mee te nemen? Huur er dan eentje! Via Cigale Aventure kun je een prachtige racefiets of MTB krijgen. Zij hebben ook begeleidde Tours. Wat wil je nog meer?

Kijk voor meer info en boekingen op hun website: Cigale Aventure

Heb jij nog een Cévennes-klim die we moeten meenemen? Of een bakkertje dat wél vroeg open is? We horen het graag!

Deze artikelen vonden andere lezers ook interessant

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *