Het is eind maart, het weer in Nederland doet weer eens moeilijk, en je scrolt door bestemmingen die nu al lekker rijden. De regio Valencia komt voorbij. Valencia: Strandstad, toch? Klopt. Maar ook: waterrijke gebieden, bospaden, natuurlijke bronnen én wat mooie hoogtemeters. Valencia is een echte fietsbestemmingDus zeker niet alleen stad en strand, maar ook prachtig fietsen. Wij doken in de routes.
De stad Valencia en de regio eromheen verkoopt zichzelf vaak als zonbestemming. Logisch, met dat mediterrane klimaat en die eindeloze kustlijn. Maar voor fietsers zit de echte kracht ergens anders: de regio schakelt verrassend snel van karakter. Je rijdt ’s ochtends door een vlak stadspark, ’s middags langs duinen en een zoetwatermeer, en de volgende dag klim je op boswegen tussen de bronnen van de Sierra Calderona. Dat alles zonder te verplaatsen. Eén basecamp, drie mooie routes.

Vlakke stad maakt Valencia een echte fietsbestemming
De stad Valencia is vrijwel volledig vlak en heeft zo’n 200 kilometer aan fietspaden. Een klassieke route is die door de oude rivierbedding van de rivier de Turia. Die is omgebouwd tot een doorlopend park dat dwars door de stad snijdt. Als fietser heb je daarmee een ononderbroken corridor van het Cabecera Park tot aan de Ciutat de les Arts i les Ciències en uiteindelijk de kust. Het is vrij druk, dus niet ideaal voor een blokkentraining, maar daar is het ook niet voor bedoeld. Het is een toffe manier om de stad te ontdekken. Onderweg passeer je de Torres de Serranos, de kathedraal, het Palacio del Marqués de Dos Aguas en de haven. Allemaal op een fietspad, zonder interrupte van auto’s.

Het historische centrum is ingericht op lage snelheden en de route van park naar monument naar zee volgt een soort logische lijn. Voor een eerste dag is dit ideaal om de stad te kennen, helemaal in de stemming te komen, te oriënteren en dan te eindigen aan het strand.
L’Albufera: stiekem heel mooi
Als je de route door de rivier hebt gehad, is het tijd om de stad uit te trekken. Valencia als fietsbestemming wordt pas echt mooi daar waar de stad ophoudt en de natuur begint. Vanuit de Ciutat de les Arts i les Ciències rijd je zuidwaarts richting Pinedo, El Saler and the Parc Natural de l’Albufera. Het is een rondje van bijna 70 kilometer in de zomer en in de winter ongeveer 63 km, door beschermd natuurgebied, en het landschap wisselt constant: strand, dennenbos, duinen, rijstvelden, en dan het meer zelf, het grootste zoetwatermeer van Spanje. Hier heb je wel je gravelbike nodig, want je gaat zeker een paar mooie gravelpaden tegenkomen.

Het officiële Albufera-routesysteem is prima te rijden. Er zijn downloadbare GPX- en KML-bestanden beschikbaar, en er wordt onderscheid gemaakt tussen een zomer- en wintervariant. De zomerroute loopt van de tweede week van februari tot en met september, de winterroute van oktober tot de eerste week van februari. Dat klinkt als een detail, maar het vertelt je iets over de bestemming: dit is geen vaag “ga lekker rondrijden”-gebied, maar hier is over nagedacht.
Nu klinkt 70 kilometer bescheiden, maar de meeste fietsers zijn langer onderweg dan gepland. De Gola de Pujol met z’n steiger, het uitzicht over het meer, La Devesa de El Saler als enige ongerepte strand in de gemeente – je stopt vaker dan je denkt.
Serra Calderona: zodra het serieuzer mag
En dan is er het binnenland. De Sierra Calderona ligt op korte afstand van de stad en hier wordt het echt heel erg mooi. Hier vind je geen vlakke stadsroutes. Het zijn hier prachtige boswegen, de waterbronnen en hier vind je mooie beklimmingen, waar je als beloning je weer een prachtig vergezicht krijgt voorgeschoteld.
Wil je in een rap tempo kennis maken met dit deel van de regio, dan is er de officiële Olocau-route: deze is slechts 5 kilometer, voor de wandelaars 2 uur lopen, voor de geoefende fietser een 20-minuten effort en je kunt er ook omhoog rijden. De route combineert archeologie, landbouwlandschap en geologie – je rijdt van rode zandsteen naar wit kalksteen – met uitzicht over valleien en restanten van kurkeikenbossen. Het is een korte route, maar wel heel erg mooi.



Wie meer wil, pakt de route langs de bronnen van Serra: een rondje van 38 kilometer over mooie onverharde en verharde stukken. Hier ben je wel even zoet mee.
De route verbindt bronnen als L’Ombria, El Llentiscle, El Berro and La Gota, passeert het kartuizerklooster Porta Coeli, en daalt dan weer af naar Serra. Fietsen mag uitsluitend op de boswegen, en je zult op de dalende delen in de remmen moeten knijpen. Hier geldt een maximumsnelheid van 30 km/u.
Voor gravelaars en MTB-ers biedt dit terrein uitdaging: variatie in ondergrond, het is heuvelachtig, en het landschap heeft niets meer met de kust te maken. De combinatie maakt het wel aantrekkelijk: dichtbij de kust, maar toch compleet anders.
Best travel time
Het klimaat maakt Valencia een heerlijke fietsbestemming van vroeg voorjaar tot laat najaar. Winters zijn mild en vaak zonnig, de enige periode die je liever wilt vermijden is hoogzomer. Dan kan het heet worden. De sweet spot voor fietsen: maart tot en met juni and september tot november. Dan heb je heerlijke zon zonder de ergste hitte.
Practical: Om je door de stad te begeven maak je gebruik van het uitgebreide deelfietssysteem (Valenbisi, zo’n 300 stations). Voor een mooi fietsweekend ga je uiteraard met de gravelbike of racefiets.
Wil je je eigen fiets thuis laten? Dan is er fietsverhuur op meerdere plekken. Een tip is bijvoorbeeld Do You Bike Rental. Heb je een stuk je te overbruggen? Op weekenden mag je je fiets gratis mee in de metro over het hele netwerk.
Officiële routes in het Albufera-park zijn downloadbaar als GPX (zie hierboven). De Serra Calderona-routes zijn bewegwijzerd en gedocumenteerd via het natuurpark.
Dat maakt Valencia als basecamp ongebruikelijk compleet. Je hebt stadsinfrastructuur, natuurroutes met seizoensinformatie, en bergen – allemaal bereikbaar zonder auto.
Sleep: Natuurlijk heeft Valencia ook fietsvriendelijke onderkomens. Een van de tips is het Olympia Hotel, waar een aparte bike storage en onderhoudsplek op je wachten.
In conclusion
Valencia voelt als een bestemming waar één trip genoeg is om de kust te leren kennen, maar niet genoeg om het binnenland uit te spelen. De combinatie van vlak stadscomfort, die lange Albufera-lus en het ruwere terrein van de Sierra Calderona maakt het meer dan alleen een strandstad op twee wielen.