Vijf beklimmingen in de (Franse en Zwitserse) Alpen die jij waarschijnlijk niet kent

7009230_apidae-ficheHeader

Het is weer zomer en ondanks dat de maatregelen soms nog belemmerend zijn, dromen vele wielrenners alweer van Alpe d’Huez, Galibier en Mont Ventoux. 

De alpen zijn wat dat betreft het meest tot de verbeelding sprekende berggebied voor de Nederlandse wielrenner. Maar ondanks dat de Tour de France elk jaar wel weer een andere beklimming weet toe te voegen, zijn er nog vele onbekende, maar niet minder mooie beklimmingen te vinden. 

Wij geven er vijf voor op jouw nieuwe bucketlist. In willekeurige volgorde

Col de Parquetout

De associatie met een groene vogel is snel gemaakt, maar deze kuitenbijter in de buurt van Grenoble zal menigeen zelf doen fluiten. ‘Slecht 1424m’ in hoogte, maar met 686m hoogteverschil in 7,1km, dat gaat zeker pijn doen. Op en warme zomerdag heb je soms wat hulp van de bomen, die tegen de zon beschermen. De weg kronkelt ook lekker en vanuit de zuidelijke richting zie je ook in de verte telkens een van de (besneeuwde) Alpentoppen voorbij komen. De moeilijkste variant is echter die uit het noorden, vanuit Les Angelas. De bomen versperren een beetje het uitzicht, maar met een uitdaging als deze ben je waarschijnlijk blij als je recht voor je kan kijken.

Deze klim zat nog nooit in een grote ronde, wij vragen ons af waarom…

Col du Parpaillon

Dit is echt een monsterklim. Google maar op Col du Parpaillon en je zult begrijpen wat we bedoelen. Gemiddeld maar 6,8% gemiddeld, maar dat komt vooral door de laatste 10km, als de percentages niet onder de 8% komen. In totaal ben je 26,7km aan het klimmen, als je start vanuit Le Pont Neuf. Je overbrugt bijna 1850 hoogtemeters, als je helemaal tot de top rijdt op 2637 meter. Het uitzicht is adembenemend. Met een sierlijk patroon aan bergweggetjes. Let wel op, de klim bevat stukken onverhard! Waarschijnlijk ook de reden dat deze nog niet in de Tour de France is gereden (alhoewel ze steeds meer ‘strade bianche’ stroken erin proberen te ‘fietsen’)

Col du Mont-Cenis

Technisch gezien is de mooiste variant van deze klim de variant die begint in Susa, net over de grens met Italie. Maar vooruit, de Agnello/Col d’agnell ligt ook in Frankrijk. Deze knetter van een klim is vanaf het begin gemeten bijna 30km lang. En is voor het grootste deel lekker geleidelijk, maar wel aan 7 tot 8%. Nadat je de grens met Frankrijk passeert, vlakt de klim af en rijd je langs het meer nog een stukje, bijna vals plat omhoog. Best lekker om na ruim 20km beuken wat ontspanning te hebben en ook van een mooi uitzicht te kunnen genieten. Het meer van Mont Cenis is namelijk schitterend helder blauw. Als uit een magazine. 

Millefonts

Deze onbekende gigant ligt in de Alpes-Maritimes, recht boven Monaco. Het broertje van Isola 2000 begint bij de kruising van de M2205 en de M2565. Van daaruit is dit een echte loper. Heel geleidelijk, met slechts 1 enkele uitschieter, op 5km voor de top. Dan komt de klim even boven de 10% uit, maar rap daarna stijgt ie weer door. Vergis je niet, het is wel 6,4% gemiddeld en dat 24km lang. Je komt door allerlei leuke dorpjes en de route is het eerste deel goed onderhouden. Zodra je in de buurt van saint Dalmas linksaf de Route de Millefonds opdraait, lijkt het alsof de Franse belastingcenten op waren. Het wegdek wordt slechter, maar je kunt wel mooi rondkijken en genieten van de omgeving. Ook zijn er de nodige haarspeldbochten te verwerken. Je eindigt op de ‘parking’. Het uitzicht is een beetje maanlandschap, maar wel het klimmen waard. Tip: ga nog eens met de auto en wandelschoenen omhoog en loop naar het Lac de Millefonts. !

Col de la Croisette

(c) Tourisme Savoie-Mont Blanc

Denk aan pijn, pijnlijker, pijnlijkst. Dan kom je op de Col de la Croisette. Het is ‘maar’ een klim van 6600 meter lengte. Maar het feit dat je in die 6600 meter ook 698 hoogtemeters pakt, zal je toch aan het denken zetten. Vanuit Salève is het een beetje een Angliru-light versie. Iets korter en op sommige punten minder steil, maar zeker niet voor de ‘faint hearted’. Deze beuker zat voor het laatst in de Tour in 1992 en velen zullen hopen dat 2022 niet als ‘jubileumjaar’ zal worden aangegrepen om deze weer terug te brengen.